Weerbaarheid, Zelfverdediging, Conflictbeheersing (Home)

Mental Coaching (pestprojecten, slachtofferbegeleiding, Agressietraining enz.)

Artikel "Sexuele intimidatie" onderaan op deze pagina!

Sterk op straat? Zelfverzekerd op uw werk of op school? OF: verlegen, onzeker, onveilig gevoel, geen zelfvertrouwen of gepest? Volg in dat geval de (Introductie) cursus:"Mentale Weerbaarheid en Fysieke zelfverdediging"

 

 

 

BSC Kokoro is sinds mei 2017 aangesloten bij de NVBL (De Nederlandse vereniging van Budoleraren!). Ieder lid van Kokoro is verplicht ingeschreven te staan bij deze bond en kan individueel lid worden zodra men zelf leraar wordt. Via deze bond zijn de Dojo en de leden verzekerd tegen ongevallen etc. Bij Kokoro worden er jaarlijks in juli examens afgenomen en worden diploma's uitgereikt die in het paspoort van de NVBL afgetekend worden. De NVBL is Rijkserkend via NOC*NSF!

Hieronder zal ik een artikel plaatsen welke in de telegraaf en een lokaal Almeers dagblad gestaan heeft. Het gaat over een oudere die staat te pinnen bij een automaat ergens in Almere op zondagochtend 18 november 2012. Hier wil ik maar mee laten zien dat ouderen zeker weerbaar kunnen zijn als hen iets overkomt zoals een beroving! Let op: het is een voorbeeld! Deze man is waarschijnlijk nog gezond van lijf en leden en is duidelijk goed getraind. Lees zijn verhaal en doe iets met zijn advies!!!

De Telegraaf 19 november 2012
Judo-opa (78) slaat berover van zich af
ALMERE:
Een 23-jarige overvaller dacht zondagochtend in Almere een makkelijk slachtoffer te hebben gevonden in een 78-jarige man die stond te pinnen bij een supermarkt aan de Watercipresstraat. Wat hij alleen niet wist, was dat de man een geoefend vechtsporter is. “Gelukkig kon ik hem vastgrijpen, want ik laat me niet zomaar bestelen”.
De overvaller kreeg een aantal rake trappen van de bejaarde man. Ook werd hij meerdere malen met een judoworp tegen de grond gekwakt. Ook een tweede poging om het geld af te pakken, mislukte. Opnieuw was de 78-jarige man te sterk. Uiteindelijk is de agressieve overvaller overmeesterd met hulp van omstanders, onder wie een agent die niet in functie was. Op het bureau bleek dat hij een bekende van de politie is.

Judo-opa: "Overvaller heeft nog geluk gehad" Van onze correspondent
ALMERE:
„Die lamstraal moet weten dat hij met zijn jatten van andermans geld moet afblijven. Mijn vrouw en ik leven van een aow’tje, wat denken die vlegels wel niet?” Zo legde opa Bob uit waarom hij zondagochtend een overvaller een pak slaag verkocht.“Die knaap mag dan wel een kop groter zijn dan ik, maar als de politie hem niet snel in de auto had gezet, dan had ik zijn kop van zijn romp getrokken. Je blijft van andermans spullen af!” Een agent in burger en een omstander hebben geholpen de man onder controle te krijgen. Beide liepen wat schrammen op. Opa Bob had tot besluit een advies aan zijn leeftijdgenoten: “Ga op een of andere zelfverdedigingssport, zo houd je dit soort gajes van je af”.

Casus zelfverdediging aan de universiteit Groningen!   Als u op deze link klikt, komt u uiit op een videovoorbeeld en uitleg over een casus in zelfverdediging. Het wordt uitgelegd door een professor van deze universiteit als werving voor de afdeling rechten van deze universiteit. De moeit waard om eens te bekijken!

Video noodweer NOS Journaal!   NOS Journaal van 07-11-2007! Politieke uitspraken op TV!

 

Het digitale juridisch Kantoor online. Nieuwe site waar men online direct contact kan leggen voor juridisch advies!

 

Het boek "Mentale weerbaarheid en Fysieke zelfverdediging"wordt uitgegeven in A-5 paperbackformaat. Via de internetuitgever Boekscout wordt het uitgebracht. De vaste prijs bedraagt 14,95 euro. In de nieuwe uitgave zijn ook plaatjes en wat foto's opgenomen worden. Ik doe dit in samenwerking met o.a. de Heer Herman Vos van Cliparts te Assen. Mocht men dit boek willen bestellen dan kan dit dus via Boekscout.nl  Het boek wordt per opdracht afgedrukt volgens de zgn. "Print on demand" methode. Het boek is vanaf 4 januari 2008 in de verkoop. Het lijkt mij een aanrader voor iedere leek die meer wil weten over weerbaarheid en wettige zelfverdediging. Ook Budosport- en Krijgskunstbeoefenaars die pure "selfdefence" willen gaan doen kunnen hier veel uithalen.

Cover boek weerbaarheid

 

 

 

 

Hiernaast ziet u de omslag (cover) van het boek.

U kunt het ook via de erkende boekhandels bestellen via het ISB nummer: 978-90-8834-206-6 Via CB online (Centraal Boekhuis!).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom heb ik dit boek geschreven?

Ik heb dit boek geschreven omdat de meeste bestaande boeken veel aandacht besteden aan vaak moeilijke technieken en hier veel mooie plaatjes aan besteden, maar daar is al zoveel van! Om deze reden heb ik, als leraar selfdefence, juist een boek geschreven waarin meer aandacht geschonken wordt aan andere, belangrijke onderwerpen zoals: mentale weerbaarheid, fysieke zelfverdediging, assertiviteit, lichaamstaal, lichaamswapens,

wapenwetgeving, strafrecht, bewustwording en preventie.

Heel belangrijk voor iedereen, oud en jong, is ook de bijlage "Vallen en Rollen". Door dit te lezen verkrijgt men inzicht in wat nou eigenlijk vallen is en hoe te voorkomen dat men hierdoor gewond raakt! Veel leesplezier toegewenst! Paul Jansen Januari 2008

Het boek is ook te koop bij de "Drie boekjes" in Den Helder! (inmiddels failliet. Red. 2013)

 

Krantenartikel boek weerbaarheid

 

 

 

 

Krantenartikel in de Helderse krant van zaterdag 26 januari 2008.

Dit artikel is geschreven door mijn Karateleerling Michelle Vonk die dit voor de krant geschreven heeft. Goed gedaan Michelle!

 

Foto Susan Smit van Team Peter van Aalst

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit krantenartikel heeft zondag 04 mei 2008 in het Zondagochtendblad gestaan (Editie Den Helder)! Hieronder wordt het artikel afgebeeld! Het was op de voorpagina afgedrukt, wat naar mijn mening benadrukt dat ook deze krant dit een belangrijk onderwerp vindt! Ik hoop dan ook dat vele kinderen zich aanmelden en dat dit project een groot succes wordt!

Krantenartikel Weerbaarheid voor kinderen!

 

 

 

 

 

Zondagochtendblad; Hartelijk dank voor het plaatsen van dit artikel!

Paul Jansen

 

Joy Veenstra en Amanda Wouters: Hartelijk voor de medewerking voor het maken van de foto!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwe cursussen starten zodra er genoeg deelnemers zich hebben aangemeld (bij een minimum van 10 deelnemers)! Ook op scholen, bedrijven enz. Overal in Nederland! Individueel of in groepsverband. Flyers verkrijgbaar op aanvraag! Er zijn ook reguliere (wekelijkse!) lessen Selfdefence!!!Ook vervolgcursussen, Workshops, Introductielessen, Stages enz....!Deze cursussen worden verzorgd door "BSC Kokoro". In de kosten is inbegrepen: een theorieboek, theorie- en praktijk-examen, 18 theorie- en praktijklessen, rollenspellen, casussen en veel herhalingslessen. Ook videofragmenten worden getoond. Het is zeer nadrukkelijk NIET de bedoeling om mensen moeilijke technieken aan te leren en ook niet om valbreken te leren! Men kan de lessen volgen in gemakkelijk zittende burgerkleding of trainingspak!!! Na slagen wordt er een diploma uitgereikt (ondertekend door een rijkserkend leraar Martial Arts/Selfdefence!). Een ieder kan deze cursus volgen; jong en oud, man en vrouw! Ook voor projecten rondom PESTEN op b.v. scholen en bedrijven kan men bij ons terecht!De cursuskosten worden in onderling overleg met de aanvrager(s) bepaald!!!. Workshops e.d. op aanvraag!De cursus kan tevens naar lokatie worden gebracht zoals: bedrijven, scholen en instellingen, om de lessen ter plaatse te draaien. De cursus wordt normaliter aangeboden aan diverse categorieen groepen zoals: huisvrouwen, taxi- en buschaufeurs, portiers, beveiligingsmensen, NS-personeel, scholieren, leerkrachten en bedrijven. Op de eerste cursusdag moet ook de betaling geregeld worden. Wij verzorgen ook lezingen en Workshops op locatie zoals scholen, bedrijven enz. Kosten in nader overleg te bepalen.Sinds kort is het ook mogelijk om agressietrainingen te volgen voor b.v. Horecapersoneel, bioscooppersoneel en andere instellingen zoals zorginstellingen enz. Wilt u meer Informatie ?? Tel: 0223-644096 | E-mail: info@budoinfo.nl

Om alvast een idee te krijgen waar de cursus over gaat en wat er behandeld wordt in de lessen, volgt hieronder een introductie om een zo compleet mogelijk beeld te geven van mijn inzichten in het fenomeen weerbaarheid en zelfverdediging; op fysiek gebied, maar zeker ook op mentaal gebied!

Introductie Zelfverdediging voor kwetsbare groepen in de samenleving:

De meeste mensen, vooral vrouwen, maar ook ouderen, hebben de neiging om ietwat huiverig te reageren als er gesproken wordt over zelfverdediging.Waarom is dat?
Meestal denken mensen dat er bij zelfverdediging getraind wordt in vechtsporten of krijgskunsten, maar dat hoeft echter helemaal niet het geval te zijn om u zelf te kunnen verdedigen als dat echt noodzakelijk mocht blijken! Zelfverdediging is niet iets dat in deze eeuw is uitgevonden, maar is al duizenden jaren oud! Het is altijd al noodzakelijk geweest voor de mens om paraat te zijn. Paraat tegen de grootste vijand van de mens, de mens zelf! Juist in deze tijd zijn we minder bang voor natuurgeweld dan voor onze medemens. Zelfverdediging is echter ook zelfweerbaarheid! Juist nu in deze tijd, die wel steeds gewelddadiger lijkt te worden, is zelfverdediging een steeds vaker terugkerend onderwerp in discussies op verjaardagen en in de media! Vooral ook omdat dit onderwerp meer en meer uit de taboesfeer geraakt! Zelfweerbaarheid wil niet alleen zeggen dat u zich kunt verdedigen d.m.v. lichamelijk geweld, juist niet! Het wil veel meer zeggen dat u ervan bewust gemaakt wordt dat iedereen iets kan overkomen, dus ook u! Zinloos geweld is een veelgehoorde kreet tegenwoordig, maar als u zichzelf succesvol kunt verdedigen (zeker als u helemaal niet om moeilijkheden vraagt!) tegen een overvaller, aanrander, inbreker of verkrachter, is dat in mijn ogen zinvol geweld! Het is helaas niet anders.
Stille tochten houden is mooi en edel; maar die redden nu eenmaal geen mensenlevens!Weerbaar maak men zich alleen door het lichaam, maar ook de geest te trainen! Dagelijks lees je in de krant over aanrandingen, verkrachtingen en berovingen e.d. Het is dan ook geen wonder dat er steeds meer behoefte ontstaat aan zelfverdediging en weerbaarheid. Denk maar aan de treinconducteurs van NS en ook bus- en Taxichauffeurs die al cursussen zelfverdediging volgden om zich weerbaarder op te kunnen stellen tegen agressieve passagiers (vooral ook mentaal!). In de grote steden zoals Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam worden ouderen in hun eigen tehuizen ook al bedreigd door bepaalde groepen jongeren waardoor deze bijna niet meer de deur uit durven, laat staan zich op straat te begeven! Dit gegeven heb ik uit krantenberichten van 20-10-03)!!! Zelfs de Televisie schonk er aandacht aan.Waaruit bestaat "lichamelijke" zelfverdediging nu eigenlijk? Zelfverdediging bestaat in feite uit simpele maar doeltreffende handelingen die dienen om de tegenstander uit te schakelen of uit de weg te gaan. Logische handelingen die de mens een stuk zelfvertrouwen geven en die niet afhankelijk zijn van kracht, leeftijd of geslacht!!!Het belangrijkste is het bewegen, het gebruik maken van de kracht en snelheid van de aanvaller. Het meegeven in de duwrichting van de aanvaller veroorzaakt balansverstoring. Zodra je je eigen balans kunt bewaren, kun je gebruik maken van stoten, slagen en trappen, alsmede het afweren en bevrijden van en uit aanvallen. Bij het bewegen komt ook de parate houding, draai altijd de linker- of rechter-schouder naar de aanvaller. Vanuit die positie bent u minder kwetsbaar en kunt u zich altijd snel verplaatsen.Na het bewegen komen de atemi's. Het woord "atemi" komt uit het Japans en betekent: het "treffen van vitale punten". Atemi's zijn niet altijd even prettig voor de aanvaller, maar vormen wel een doeltreffend verdedigingswapen. Men kan deze atemi's plaatsen met de hand, elleboog, voet en met de knie. Atemi's vragen echter wel om balans, juiste afstand en trefzekerheid. Iedereen kan trappen of stoten, maar alleen getrainde handelingen worden door ons onderbewustzijn aangeboden als er zich een noodsituatie voordoet. Het voor 100% uitvoeren van de technieken is een voorwaarde, want half uitgevoerde technieken verzwakken de verdedigingspositie!

 



 

 

 

 

 

 

 

 


Hierboven ziet u een paar plaatjes met daarop enkele vitale delen van het lichaam!!!



VERDEDIGINGSMIDDELEN.
Elk voorwerp dat binnen handbereik is, kan worden gebruikt als verdedigingswapen. We kennen passieve en actieve wapens. Hiermee bedoelen we alledaagse gebruiksvoorwerpen. Deze voorwerpen gebruiken we uitsluitend voor de verdediging van onszelf of die van anderen, indien we in een situatie van "noodweer" terecht zijn gekomen.
Een actief wapen is een wapen dat we zonder meer kunnen gebruiken om onszelf mee te verdedigen.
Enkele voorbeelden: handtas, paraplu, schoenen of een sleutelbos. Een speciaal voor de zelfverdediging uitgetest wapen is de "Ebostick". Dit is een ongeveer 15 cm lang stokje dat u altijd in uw jaszak of handtas kunt meenemen. Vooral dames of ouderen die niet al te sterke handen hebben, kunnen hiermee een behoorlijke slag, steek of druk uitoefenen.
Een passief wapen is een voorwerp waarmee een afleidingsmanoeuvre wordt uitgevoerd. Door bijvoorbeeld een sjaal, bril, handschoen of zand naar de aanvaller te gooien, heeft u de tijd om tot een goede verdediging te komen.ENIGE TIPS.
1. Straal zelfverzekerdheid uit, zodat u er niet als een gemakkelijk slachtoffer uit ziet! Dit houdt in dat m.b.v. lichaamstaal duidelijk gemaakt wordt aan een ieder dat u een weerbaar persoon bent!
2. Maak gebruik van het verrassingselement. Wanneer u als vrouw of oudere ogenblikkelijk begint te bijten, gillen, slaan (met handtas b.v.) of te schoppen, is de aanvaller meestal enige ogenblikken uit het veld geslagen (schrikreactie). Hiervan kunt u gebruik maken!3. Laat u niet verleiden tot een krachtmeting met uw aanvaller. Kies voor een totale inzet van één of meerdere technieken die eenvoudig doch onmiddellijk kwetsend moeten zijn of uitschakeling tot gevolg hebben. Deze technieken moeten gericht zijn op kwetsbare delen zoals ogen, knieën of geslachtsdelen.4. De stem is ook een sterk wapen. Door te schreeuwen of te gillen is een aanvaller vaak het hazenpad op te sturen. Ook dit kan bij de aanvaller enige schrikseconden veroorzaken, waardoor de verdediger weer tijd wint om een goede techniek te plaatsen.5. Denk preventief, dat wil zeggen, vertrouw geen vreemden en durf nee te zeggen als iemand of iets u niet aanstaat. Laat thuis niet zomaar een vreemde binnen (vraag b.v. een meteropnemer om zich te legitimeren). Zorg voor goede sloten op ramen en deuren (veel verkrachtingen vinden vaak plaats in eigen huis)! Denk niet "dit overkomt mij niet", wees voorbereid, een gewaarschuwd mens telt voor twee!Een vrouw zal bijvoorbeeld zich pas dan effectief verdedigen als zij overtuigd is van haar eigenwaarde en kwaad wordt om schending van haar integriteit. Dit geldt natuurlijk ook voor ouderen! Met dit artikel hoop ik een aantal vooroordelen weg te nemen die toch wel bestaan, alsmede de drempelvrees die menige vrouw, oudere maar ook b.v. Taxi-, en buschauffeurs enz. ervan weerhoudt om zich te bekwamen in de kunst van de zelfverdediging, geestelijk zowel als lichamelijk!

Verenigingen/Sportscholen: Jiu-Jitsu / Karate-Jutsu (Bruikbaar als zelfverdediging?)
Bij de Sportverenigingen/scholen waar ikzelf actief ben zijn meerdere vrouwen en ouderen al langere tijd met zelfverdediging bezig in de vorm van Jiu-Jitsu- of Karate-Jitsulessen! Jiu-Jitsu betekent uit het Japans vertaald zachte kunst want een kunst is het! Bij deze verenigingen kunt u, als u lid wordt, op een sportieve wijze een echte zelfverdedigingsmethode leren. Hierdoor zullen uw zelfvertrouwen op straat, thuis en eventueel op uw werk, enorm toenemen. U kunt met de andere vrouwen en ouderen die al ervaring hebben opgedaan, de lessen volgen. Tevens zullen er regelmatig nieuwe lessen opgestart worden. Hierdoor kunt u zich optimaal voorbereiden op een eventuele "echte" aanval of poging tot beroving of verkrachting. Maar het leukst is toch wel dat u er fitter door wordt en meer controle over uw lichaam krijgt en dat u er lekker gezond bij blijft bewegen. Ook op oudere leeftijd kan men zich weer fitter en leniger gaan voelen. U krijgt les van goede, rijkserkende ervaren leraren. U kunt natuurlijk ook kiezen voor 1 lesuur per week in de vorm van pure zelfverdediging en sociale weerbaarheid (Selfdefence!). Als u het leuk vindt, kunt u altijd later nog op de reguliere lessen Jiu-Jitsu of Karate-Jitsu gaan en u op die manier verder bekwamen in zelfverdediging! Deze lessen, Selfdefence genaamd, zijn opgezet in een nieuwe vorm en hebben via NOC*NSF een rijkserkenning verkregen, er is zelfs een lerarenopleiding voor!
In februari 2004 ben ik deze opleiding dan ook gaan volgen via de YMAF (Yuyukan Martial Arts Federation) welke aangesloten is bij de SJK (stichting Japanse Krijgskunsten)en de FOG (Federatie Oosterse Gevechtskunsten). Deze instelling is buiten de JBN de tweede in Nederland die rijkserkende leraren in de Martial Arts opleidt (LMA)! Zelf ben ik LMA Karate-Jutsu (SB3). Het laatste is een mix van Jiu-Jitsu en Karate! Ik hoop in december 2005 af te studeren in bovenvernoemde opleiding. Inmiddels ben ik hiervoor geslaagd (december 2005).Dus; wat houdt u tegen om eens een les bij te wonen en na afloop een praatje te maken met leraar en of de leerlingen? Hierdoor kunt u zich een beeld vormen van wat zelfverdediging nu eigenlijk is. Eveneens wil ik opmerken dat deze manier (vechtsport- en krijgskunstles volgen) om een goede zelfverdedigingsmethode te leren, veel beter is dan wanneer u zich opgeeft voor een cursus zelfverdediging van een bepaald aantal lessen, b.v. 10 stuks! Want meestal is het dan na die lessen gebeurd met de training, dan denkt u dat u er helemaal gereed voor bent, en dat is eigenlijk een valse illusie! De geleerde technieken en vaardigheden worden namelijk niet bijgehouden! Zelf heb ik er vijf jaar over gedaan om de bruine band jiujitsu te behalen, dat zegt toch wel iets over de tijd die je nodig hebt om iets te bereiken in deze tak van budosport. Inmiddels heb ik 19 Dangraden, en 7leraarschappen, behaald in diverse Japanse Krijgskunsten. De verenigingen waar ikzelf lid van ben zijn SC-Lavabu in Den Helder en het Budocentrum Julianadorp te Julianadorp alsmede Sportschool Philipoom te Beverwijk. Bij Musashi te Den Helder heb ik gedurende langere tijd les gehad van, een volledig bevoegd, JBN-lerares Jiu-jitsu (een vrouw dus!!!). Deze vrouw was tweede dan Jiu-jitsu en was op dat moment (voor zover mij bekend) de enige vrouwelijke Jiujitsuleraar JBN in Nederland! Bij het Budocentrum Julianadorp geef ik Karate-Jitsu, Budo Allround, Iaido en Selfdefence. Bij Philipoom geef ik ook Iaidolessen (assistent/invaller). Men kan in gewone in vrijetijdskleding of trainingspak de zelfverdedigingslessen volgen. Deze zullen voor een groot deel bestaan uit voorlichting, zelfbewustwording, uitwisseling van eigen ervaringen, een videoband, en een aantal eenvoudige technieken die iedereen uit kan voeren. Ook krijgt men een boekje mee naar huis om het een en ander nog eens rustig na te kunnen kijken. Tevens worden er rollenspellen gespeeld. Er worden geen moeilijke technieken getraind. Iedereen, man of vrouw, oud of jong, krijgt evenveel aandacht en men kan naar eigen vermogen meedoen! Dus niets staat u in de weg om het eens te proberen, misschien hebt u er ooit wel een keer profijt van. In onderling overleg met het bestuur van de diverse verenigingen en of scholen, instellingen of bedrijven, volgt er (bij een minimum van 10 deelnemers!) eerst een kennismakingsmiddag (b.v. een uur of eventueel 1,5 uur). Hierna wordt gekeken of er lessen c.q. een cursus, opgestart kan/kunnen worden.

 

 

                                                                                                                        

 

Groepsfoto met een aantal (vanaf 2006!) afgestudeerde leraren WEERBAARHEID/SELFDEFENCE. Dit was op een stage selfdefence in 2005. Op deze foto was de opleiding nog niet in het examenstadium beland vandaar dat bijna iedereen nog een witte band (Selfdefence!) omheeft! Niet iedereen die u hier ziet zat in die opleiding.Het bereft hier eigenlijk een stage Krav Maga gegeven door de Israelische topinstructeur Rony Kluger. Deze stage was voor de opleiding bedoeld als aanvulling op het lesprogramma. PAUL JANSEN

E: Info@budoinfo.nl

VOOR PRIVE: cpj_jansen@quicknet.nl
URL: www.budoinfo.nl TEL: 0223-644096

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Trainen van de Hamervuist!

 

 

 

 

 

 

Hieronder ziet u de organisatiestructuur van het Buro voor slachtofferhulp. Zij kunnen een grote hulp zijn bij o.a. het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen en hulp bieden op juridisch gebied!


Organogram van Buro Slachtofferhulp Nederland

 

Hieronder kon u eerder een groot deel van mijn boek "Mentale Weerbaarheid en Fysieke Zelfverdediging" vinden (versie 2003!). Aangezien het boek nu in de boekhandel en op www.boekscout.nl te verkrijgen is, en het boek ook nog eens dermate is aangepast dat het originele manuscript niet meer lijkt op het nieuwe boek, heb ik gemeend de originele tekst uit 2003 van de site te moeten verwijderen! Paul Jansen, 3 februari 2008

 

Exameneisen Selfdefence bij BSC Kokoro (per 6-12-2013)Principes:
Allereerst dient gesteld te worden dat zelfverdediging (selfdefence) geen sport is. Het bestaat uit velerlei facetten en het wordt getraind (het fysieke deel!) op een sportieve basis met of zonder partners. Het fysieke deel moet worden gezien als het laatste redmiddel indien men daadwerkelijk aangevallen wordt. Elke verdediging moet dan ook proportioneel worden uitgevoerd; d.w.z. het moet een gepast antwoord vormen op de ernst van een eventuele aanval. Als men zich hieraan niet houdt, en men verwondt iemand zwaar of erger, indien niet strikt noodzakelijk om eigen letsel te voorkomen, dan komt men onherroepelijk in aanvaring met de wet! Hier zijn de trainingen dan ook sterk op gericht! Dus men wordt geacht op dit gebied de wet te leren kennen en zich hieraan te houden! Mensen die zich niet strikt aan bovenstaande conformeren, worden geweerd van de lessen! Tevens mogen zij niet deelnemen aan examens bij BSC Kokoro!Ten tweede; een ieder kan op zijn of haar eigen fysieke niveau trainen en de lessen volgen. Zelfs wanneer men fysieke beperkingen heeft, wordt men in staat gesteld, de lessen desnoods aangepast te volgen. Hetzelfde geldt voor eventuele examens.
Examens:
Ten derde wordt gesteld dat men nooit of te nimmer verplicht is om een examen af te leggen. Men hoeft ook niet perse lid te worden van een overkoepelende bond.
Men kan pas aan een examen deelnemen wanneer men aan het volgende voldoet:
- geen contributie achterstand hebben;
- 75% van de trainingen/lessen te hebben gevolgd;
- Examengeld te hebben betaald;
- Beheersing te hebben getoond in het omgaan met de trainingspartners;
- Zich in woord en daad achter de aangeleerde principes te stellen, d.w.z. het geleerde en hierboven gestelde wordt nooit en te nimmer misbruikt!;
Tussen de examens in wordt normalerwijze een wachttijd in acht genomen van minimaal een half jaar. Tussen de blauwe en de bruine band zit minimaal een jaar wachttijd!
Tussen de bruine band en het 1e Dan examen dient minimaal een jaar wachttijd gehandhaafd te worden.
De examencommissie behoudt zich het recht voor om van bovenstaande af te wijken en dispensatie te verlenen in gevallen welke door de commissie beoordeelt worden.De examencommissie Selfdefence;
v.d.Paul Jansen Julianadorp 16 april 2006
/2013

Exameneisen van de Gele t/m de Bruine band Selfdefence bij BSC Kokoro: Er is een aantal principes te onderkennen in de uitvoering van het verdedigen van uzelf als persoon. Deze zijn:Kunnen laten zien van de drie fasen in de zelfverdediging:
1.) De fase van het vragen om “los” te laten, aanzeggen om los te laten onder roepen van “NEE, dat wil ik niet” of “NU loslaten”. 2.) Bevrijden met een atemi voor en /of na de bevrijding;
3.) Bevrijden met of zonder atemi en eindigen met een controletechniek.
Kunnen laten zien van de drie manieren waarop men zichzelf veilig stelt om een aanval te ontwijken:1.) Uit de lijn van de aanval stappen, begeleidend weren en wegduwen. 2.) Instappen met tai sabaki en wegduwen. 3.) Uitstappen, meenemen en wegduwen. Nadat u zichzelf succesvol verdedigd hebt, moet u altijd afstand nemen van de tegenstander en hem, maar ook de directe omgeving, in de gaten houden. Dit moet u te allen tijde doen! Ook zijn er drie principes te onderkennen om op een aanval te reageren c.q. te handelen! Deze zijn: 1.) Pas handelen als de aanval geweest is: b.v. u bent al vastgepakt en u doet een bevrijdingstechniek (Go no Sen). 2.) De aanval is onderweg en u dreigt vastgepakt te worden en u maakt een lichaamswending (tai sabaki) en u duwt uw tegenstander weg (Sen no Sen). 3.) De tegenstander dreigt en u komt direct in en plaatst zelf een aanval (Tai no Sen). U neemt dus zelf het initiatief! Het bovenstaande moet u in het systeem van zelfverdediging dat bij ons gehanteerd wordt, leren kennen en kunnen gaan toepassen. Hierdoor kunt u altijd op een gepaste manier en volgens de wet reageren op dreiging en geweld. Dit wordt u aangeleerd in de weg van de gele t/m de bruine band tijdens de lessen en de hiermee in verband staande examens zoals hieronder verder beschreven wordt in de exameneisen.

Serie blokkeringen Uke waza (deze serie is bedoeld om een aantal weringen/blokkeringen aan te leren en te trainen in een kata-achtige vorm). Deze serie wordt eigenlijk vanaf het begin aangeleerd en wordt naarmate men langer traint, verder geperfectioneerd! Ga in Kiba dachi (paardrijstand) staan en begin met de linkerarm: Jodan uke, met rechts gedan barai, met links soto uke, met rechts uchi uke, met links shuto uke, met rechts(boven) juji uke jodan, met links(boven) juji uke gedan in shiko dachi. Hierna kan men de serie herhalen door met rechts te beginnen. UITLEG Japanse benamingen behorende bij de serie blokkeringen: Jodan uke= hoog blok; Gedan uke= laag blok; soto uke= blok met arm van buiten naar binnen; uchi uke= blok met arm van binnen naar buiten; shuto uke=handkantwering (pinkzijde); juji uke=gekruist blok met 2 handen/armen (jodan=hoog en gedan=laag); shiko dachi=voeten in ruiterstand met de tenen naar buiten.

Exameneisen Selfdefence gele band (5e Kyu)

Kunnen laten zien van de fasen in de zelfverdediging:
1.) De fase van het vragen om “los” te laten, aanzeggen om los te laten onder roepen van “NEE, dat wil ik niet” of “NU loslaten”!;
2.) Bevrijden met een atemi voor en /of na de bevrijding;
3.) Bevrijden met of zonder atemi en eindigen met een controletechniek.
Het kunnen laten zien van drie bevrijdingen uit de volgende aanvallen:
1.) hand- en polsaanvallen;
2.) kledingaanvallen;
3.) verwurgingen (mag ook poging zijn!);
4.) middelaanvallen (ook met armen ingeklemd);
De aanvallen mogen van voren, van achteren en opzij worden uitgevoerd.Het kunnen laten zien van drie ontwijkingen op stoten en trappen en terugkomen met een atemi. Ontwijkingen worden in het Japans Tai Sabaki genoemd!)
1.) trap recht naar voren gericht;
2.) zijwaartse trap;
3.) stoot recht naar voren gericht (hoofd- en maag);
Deze ontwijkingen kunnen naar achteren, opzij, en schuin naar voren of achteren gemaakt worden.Men moet Kihon no Kata kunnen lopen. De uitvoering hoeft niet perfect te zijn maar wel moet worden getoond dat men weet wat men aan het doen is. Dit is het enige Kata welke wij lopen en moeten kunnen tonen. Alle andere kata’s zijn optioneel en ter aanvulling.Valbreken is ook optioneel en mag getoond worden maar is niet verplicht.


Exameneisen Selfdefence Oranje band (4e Kyu)

De eisen voor de oranje band (4e Kyu) zijn dezelfde als die voor de gele band, echter uitgebreid met:- Kihon no kata moet technisch beter uitgevoerd kunnen worden;
- Valbreken: voorwaarts, achterwaarts rollen (judorol);
- Uit alle aanvallen moeten vijf (5) bevrijdingen worden getoond;l
- Kote Gaeshi (polsklem/verdraaiing);
- Kanuki Gatame (Armomstrengeling);
- In kihon lopen met vuiststoot op middenhoogte/hoog/laag;
- Blokken/weren met hoge wering, middenwering (2x) en lage wering;
- Het kunnen laten zien van drie (3) weringen op stoten en trappen;
- Het kunnen uitvoeren van voorwaartse en zijwaartse trap.

Exameneisen Selfdefence Groene band (3e Kyu)

Idem als voor gele- en oranje band, echter uitgebreid met:- Het kunnen vallen uit een worp zoals een voetveeg (de ashi barai) en een grote buitenwaartse beenveeg (o soto gari) en een korte heupworp (uki goshi);
- Uit alle aanvallen moeten zeven (7) bevrijdingen worden getoond;
- Het kunnen uitvoeren van een ronde trap en een achterwaartse trap;
- Uit kunnen voeren van bovengenoemde worpen;
- Kunnen uitvoeren van een gestrekte armklem (waki gatame);
- Kunnen uitvoeren van een verdediging op een haaraanval;
- Het kunnen laten zien van een take down (naar de grond brengen);
- Kihon no kata moet goed uitgevoerd worden;
- Pinan Nidan (Kata uit het Wado Ryu Karate) kunnen lopen van dit kata op basisniveau.

Exameneisen Selfdefence Blauwe band (2e Kyu)

Idem als voor de andere banden, echter uitgebreid met:- Platte val voorover, geduwd kunnen vallen voor- en achterover. Dit mag eventueel ook uitgevoerd worden op de hurken of op een knie;
- Kunnen lopen van Pinan Nidan op enig niveau;
- Uit alle aanvallen moeten 10 bevrijdingen worden getoond;
- Kunnen laten zien van de weringen serie in ruiterstand (kiba dachi);
- Trappen moeten op niveau worden uitgevoerd + wreeftrap;
- Kunnen uitvoeren van ude garami (gehoekte armklem);
- Kunnen uitvoeren van drie verdedigingen op een aanval met de korte stok;
- Kunnen uitvoeren van drie verdedigingen op een mesaanval. Ook moet men zich kunnen verdedigen als men tegen de muur staat en op de grond liggend.

Exameneisen Selfdefence Bruine band (1e Kyu)

Idem als voor de andere banden, echter uitgebreid met:- Het zelfstandig kunnen uitvoeren van minimaal vijf verschillende karatetechnieken achter elkaar uitgevoerd (Renraku waza);
- Het kunnen lopen van een stoten-, trappen-, en weringenserie (Kihon waza);
- Het kunnen uitvoeren van vijf take downs;
- Kunnen uitvoeren van een gestrekte armklem naar de grond (ude osae);
- Het kunnen uitvoeren van een grote heupworp (o goshi);
- Het kunnen uitvoeren van een grote binnenwaartse beenworp (o uchi gari);
- Het kunnen uitvoeren van een armworp met de eigen schouder en armen (kata ashi dori);
- Het kunnen uitvoeren van drie opbrengtechnieken;
- Het kunnen uitvoeren van drie verdedigingen op een pistoolaanval;
- Uit alle aanvallen moeten 12 verdedigingen kunnen worden getoond;
- Het kunnen laten zien van minimaal 15 vitale punten waarop een countertechniek, stoot of trap of klem gemaakt kan worden;
- Kihon no kata en Pinan Nidan moeten op niveau getoond worden;
- Men moet de lesgever kunnen assisteren in een willekeurige selfdefenceles en bij examens;Deze band geeft het recht tot het aanvragen van een 1e Dan examen op nationaal niveau. Na het behalen van de bruine band moet men minimaal een jaar wachten vooraleer men dit examen af mag leggen! Tevens moet vormbehoud getoond worden. Ook wordt men in staat gesteld om eventueel een Rijkserkende lerarenopleiding te volgen in deze discipline!

Als men gaat trainen voor de zwarte band selfdefence  en hogere dangraden, dan moet men ook rekening houden met de fasen in welke men de technieken moet onderverdelen. Deze zijn als volgt:

  1. Voorkomen (d.m.v. wegstappen), atemi en losmaken (bevrijden); Atemi’s aan het einde van een techniek om tijd te creëren voor een vervolgtechniek;Naar de grond brengen;Onder controle brengen/houden;
  2. Combineren van technieken, b.v. bij verzet of ontsnapping van de aanvaller of om door te verbinden naar een opbrengtechniek.

De eerste drie fasen gelden voor de 1e Dan (zwarte band);
De vierde fase geldt voor de 2e Dan;
De vijfde fase geldt voor de 3e Dan.
Hier komt voor de 2e Dan nog bij dat men zich tegen twee aanvallers moet kunnen verdedigen.Voor de 3e Dan moet men zich tegen drie aanvallers kunnen verdedigen.

 

Seksuele Intimidatie in de sport. (overgenomen van de website SPORTZORG)

Met de term seksuele intimidatie wordt gedoeld op elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren. Het kan gaan om verbaal, non-verbaal en fysiek gedrag. Seksuele intimidatie is in veel gevallen gekoppeld aan machtsongelijkheid qua positie. Maar ook verschil in fysieke kracht, leeftijd, sekse of het deel uitmaken van een groep kunnen een ongelijkwaardige situatie creëren, waardoor de persoon die het ondergaat het gevoel heeft de seksuele toenadering niet te kunnen weigeren of zich eraan te kunnen onttrekken. Seksuele intimidatie komt voor in verschillende gradaties, van gebaren en opmerkingen tot fysieke aanranding en verkrachting en van eenmalig incident tot jarenlang misbruik. In dit hoofdstuk wordt de term 'seksuele intimidatie' gebruikt als verzamelbegrip waarmee op al deze verschijnselen wordt gedoeld. We spreken specifiek van 'seksueel misbruik' als het gaat om seksueel gedrag ten opzichte van personen onder de zestien jaar dat tegen de zin van het kind (of de jeugdige) plaatsvindt, of als het kind dit -als gevolg van emotionele druk, vanzelfsprekend overwicht of dwang van de dader-  niet kan weigeren.

Machtsverschillen in de sport.

Kenmerkend voor seksuele intimidatie is dat er sprake is van een ongelijke machtsrelatie tussen pleger en slachtoffer. De chef, hulpverlener en leraar tegenover de ondergeschikte, patiënt en leerling. Een veelvoorkomende machtsverhouding in de sport is die van de trainer/coach ten opzichte van de sporter. De sporter is afhankelijk van het advies en inzicht van de coach en in geval van een teamsport beslist deze bovendien of de sporter wel of niet in de basisopstelling staat. Dit is de macht die de coach bezit ten opzichte van zowel jeugdige als volwassen sporters. Gaat het om jeugdige sporters, dan komt daar de macht en het overwicht van volwassenen over kinderen bij. Kinderen zullen de verhouding tot hun trainer automatisch interpreteren als vergelijkbaar met hun verhouding tot andere gezagsdragers zoals ouders en onderwijzers. Een andere machtsrelatie binnen en buiten de sport is die tussen mannen en vrouwen. De begeleiding in de sport is nog altijd een door mannen gedomineerd gebied. Een grote meerderheid van de coaches en bestuurders is van het mannelijk geslacht. Mannen en het 'het mannelijke' gelden als norm in de sport. Zij maken over het algemeen de dienst uit. Daardoor krijgt elke mannelijke trainer of sporter automatisch een 'stukje macht' toegewezen, dat ze tegenover vrouwelijke sporters en trainers kunnen gebruiken. Uit onderzoek onder trainers blijkt dat vrouwelijke trainers soms last hebben van seksueel intimiderend gedrag van mannelijke collega's. In deze relatie is formeel geen machtsverschil aanwezig, maar laat zich de structurele machtsongelijkheid tussen de seksen herkennen. Ook in de omgang van sporters onderling kan dit werkzaam zijn. 'Toen ik een nieuwe groep kreeg met veel mannen van mijn en iets oudere leeftijd, kreeg ik opmerkingen over dat ik een lekker mokkel was en door omstanders werden weddenschappen gemaakt wie me het eerst in bed zou krijgen', aldus een vrouwelijke trainer. In dit geval blijkt de positie van de trainer haar niet te beschermen tegen seksuele intimidatie. In dit voorbeeld lijkt de macht van een sekse in combinatie met de macht van een groep werkzaam.

Risico's op seksueel misbruik in de sport

Breedtesport
'Jeugdleider pleegt ontucht met vijf voetballertjes': een voorbeeld van berichtjes die met regelmaat in de krant staan en die verwijzen naar seksueel misbruik in de breedtesport. Het profiel van deze dader is waarschijnlijk niet sportspecifiek en het seksueel misbruik vergelijkbaar met seksueel misbruik door bekende, oudere niet-verwanten. Het profiel van deze misbruiker laat een streven zien dat alleen gericht is op het doen van werk dat toegang geeft tot kinderen, zoals het onderwijs en de sport. Deze personen zijn geloofwaardig en vaardig in hun communicatie met kinderen. Er vinden bijvoorbeeld logeerpartijtjes bij en uitstapjes met de jeugdleider plaats. De daders besteden eerst tijd aan het 'week maken' van het kind en het opbouwen van een vriendschappelijke band. Als vervolgens een seksueel aspect aan de relatie wordt toegevoegd, houdt het kind het gebeurde veelal lang geheim uit angst deze band te verliezen. Het misbruik kan daardoor lang duren en de daders zijn moeilijk op te sporen. Een trainer kan zich op een andere manier dan gewone leden door de vereniging bewegen. Hij is vaak de enige volwassene in de zaal en veel kinderen vinden het niet raar als hij een kijkje komt nemen terwijl zij zich omkleden of douchen. De trainer met onheuse bedoelingen kan dus misbruik maken van gewone situaties. Dat hij gelegenheid heeft kinderen te misbruiken, heeft minder te maken met zijn gezag op sporttechnisch gebied dan met het feit dat hij de sleutel van de kleedkamers heeft, fysiek sterker is en de autoriteit van een volwassene heeft.

(Richting) topsport
De macht van een trainer neemt toe naarmate de sporter ambitieuzer wordt. De sporter zal meer trainen, waardoor er meer contactmomenten komen. De invloed van de trainer op de pupil wordt groter. Om het mogelijke effect van dit contact in te schatten, is ook de relatie van het kind tot andere gezagsdragers relevant. Bij de overgang van de basisschool naar de middelbare school verdwijnt bijvoorbeeld de vaste leerkracht. In dezelfde periode gaat het kind zich zelfstandiger opstellen tegenover zijn ouders. De trainer/coach die hem twee keer per week training geeft, bij het vrij spelen optreedt als zijn 'sparring'partner, op zaterdag fungeert als coach/chauffeur en op zondag opduikt om hem naar de volgende ronde van de meerkampen te coachen, kan in die periode de meest dominante gezagsdrager in de omgeving van het kind worden.

De sportvereniging of het team kan een tweede familie worden en de coach een vaderfiguur. 'Vanwege de tijd die je er doorbrengt, de eisen, de vriendschap, de kansen... Ze geven je iets wat niemand anders je kan geven. Ze zijn broer, oom, vader... Het kind voelt zich veilig en zal alles doen', aldus een slachtoffer. De band met de coach gaat soms verder dan die met de eigen ouders: 'Dit was de kerel die ik had vertrouwd, hij wist alles over me -meer dan mijn ouders'. De toenemende macht van een trainer is een geleidelijk proces waarin verschillende factoren elkaar versterken. Uiteindelijk kan de greep van een trainer over zijn pupil zo groot worden dat de pupil in de relatie met de trainer een willoos object is geworden: desgewenst kan de trainer elk aspect van het gedrag van zijn pupil naar zijn hand zetten. Coaches hebben soms invloed op kleding en haardracht van de sporter, maar ook op het sociale leven en op vriendjes. Op zeker moment kan de trainer een seksueel aspect aan de relatie toevoegen, zonder dat de sporter zelfs maar protesteert. Het blijkt dat aan het moment waarop de coach zijn atleet seksueel misbruikt, maanden of zelfs jaren van 'grooming' (het week of willoos maken) voorafgaan. Dit proces is de cruciale voorloper van seksuele toenadering. Het omvat het opbouwen van vertrouwen, het langzaam terugdringen van de grenzen van 'normaal' gedrag en het beetje bij beetje aantasten van de persoonlijke ruimte van de sporter door verbale familiariteit, emotionele chantage en fysieke aanrakingen. Sporters die hierin meegaan, doorgaans onbewust, vinden zichzelf op zekere dag gevangen en niet in staat de seksuele eisen van de coach te weerspreken. De kans dat zich dit op topniveau voordoet, is vermoedelijk groter dan op clubniveau. In de top trekken begeleider en topsporter intens en langdurig met elkaar op. Op jonge leeftijd blijkt de sporter getalenteerd te zijn en wordt zij onder de hoede genomen van een goede coach. De sporter en haar ouders worden ambitieus. Topsport en de weg ernaartoe legitimeren grensoverschrijdend gedrag: je zet alles aan de kant om zoveel mogelijk te bereiken. Dat is een algemeen geaccepteerd gegeven binnen de topsport. Binnen dit gegeven kan een trainer misbruik van zijn macht maken. Extreme trainingsprogramma's en dieetvoorschriften zijn geaccepteerd als de 'prijs van succes’. Uit interviews met topsporters blijkt echter dat zij ook het seksueel misbruik onder deze noemer plaatsen: 'Ik dacht, dit is wat het kost om een goede zwemster te worden' en 'Zo heb ik tot het laatst toe gedacht: als je aan topsport doet, mag je niet zeuren. Geen flauwekul. Daar word je hard van', aldus een topsportster over het seksueel misbruik door haar coach. Ook komt het voor dat de sporter op weg naar de top verliefd wordt op de coach en pas later tot het inzicht komt dat zij misbruikt is, bijvoorbeeld als blijkt dat er meer slachtoffers waren. Het gevoel van medeplichtigheid, de loyaliteit ten opzichte van de trainer en de effectiviteit van het proces van 'grooming' kunnen de herkenning van seksueel misbruik lange tijd in de weg staan. Het is overigens altijd de verantwoordelijkheid van de coach in een functionele relatie geen seks toe te laten, al is de sportster nog zo verliefd. Jonge sporters op weg naar de top vormen een extra kwetsbare groep. Zij besteden hun tijd aan trainen in plaats van aan socialiseren te midden van leeftijdgenoten en ontwikkelen daardoor wellicht minder 'overlevingsstrategieën' dan hun op andere gebieden actievere leeftijdgenoten. Hoewel men wellicht grote assertiviteit en mentale hardheid zou verwachten van meisjes en vrouwen in de wedstrijdsport, blijken de autoriteit van de coach en zelfs psychologisch manipulatief gedrag en misbruik nauwelijks door hen in twijfel te worden getrokken en te worden afgewezen. De afhankelijkheidsrelatie blijkt meer te 'werken' dan bijvoorbeeld fysieke weerbaarheid. Slachtoffers vertellen achteraf over hun naïviteit ten tijde van het misbruik, hun onmacht het eigen leven te controleren en hun volledige onder werping aan de eisen van de coach: 'Toen was ik helemaal afhankelijk van hem -hij was god -zonder naar mezelf te luisteren. Van mijn vijftiende tot mijn negentiende bezat hij me eigenlijk'.

Gevolgen van seksuele intimidatie of misbruik

De gevolgen van seksuele intimidatie in de sport voor het individuele slachtoffer variëren evenzeer in ernst als de verschillende vormen van intimidatie en misbruik. Dit wil echter niet zeggen dat een eenmalige gebeurtenis per definitie minder ernstige gevolgen zal hebben dan langdurige intimidatie. Relatief minder ernstige gevolgen op korte termijn zijn minder plezier hebben in het sporten, wegblijven van trainingen, een teruggetrokken opstelling en/of uiteindelijk stoppen met sporten of veranderen van sport of vereniging.
De gevolgen van seksuele intimidatie in de sport verschillen niet van de gevolgen die aan seksuele intimidatie in het algemeen worden toegeschreven. Ze laten zich indelen in psychische, psychosomatische en lichamelijke gevolgen en kunnen zowel op korte als langere termijn worden ondervonden.

Psychische gevolgen:
-angsten
-fobieën
-wantrouwen
-agressie
-verminderd zelfvertrouwen
-laag zelfbeeld
-neerslachtigheid
-schuldgevoel
-schaamtegevoel
-relatieproblemen
-seksuele problemen
-zeIfmoordgedachten/-pogingen

Psychosomatische gevolgen:
-hoofdpijn
-buikpijn
-hyperventilatie
-eetproblemen
-verslavingen

Lichamelijke gevolgen:
-verwondingen
-geslachtsziekten
-zwangerschap
-gynaecologische problemen
-ongewenste kinderloosheid
-pijn bij het vrijen
-vroege baarmoederoperaties

‘Het systeem’: betrokkenen bij seksuele intimidatie in de sport

Het komt voor dat bijna iedereen in de omgeving weet dat er iets niet goed is, maar dat niemand ingrijpt. Of, zoals een slachtoffer omschrijft: 'Ik probeerde iemand te bedenken aan wie ik het kon vertellen maar dat lukte niet -ze zouden allemaal bang zijn om iets te doen, voor het geval ze hem nodig zouden hebben in de toekomst'. Dit maakt duidelijk dat met name het voortduren van seksuele intimidatie niet alleen te maken heeft met het gegeven dat er een pleger is die ongewenst gedrag vertoont en een slachtoffer dat het 'laat gebeuren'. In de omgeving spelen ook indirect betrokkenen een rol. Verschillende factoren kunnen, bewust of onbewust, bijdragen aan het voortduren van een situatie. Verder kunnen structuur- en cultuurkenmerken signalering in de weg staan en risicoverhogend werken.

De slachtoffers zelf
Een deel van de vrouwen die met seksueel intimiderend gedrag te maken krijgen, laat direct duidelijk weten dat ze niet van het gedrag gediend is. Hoe komt het dat niet alle vrouwen 'lik op stuk' geven? Bij seksuele intimidatie gaat het bijna altijd om iemand die het slachtoffer kent. Veel vrouwen ervaren dan een loyaliteitsconflict: de belager is een bekende met wie men tot dan toe vriendschappelijk optrok en die nu onverwacht seksueel intimideert. Men is er niet op voorbereid, heeft zo snel geen antwoord klaar en wil misschien ook niet te pinnig reageren. Een ander punt is de machtspositie van de ander: lik op stuk geven doet men bijvoorbeeld eerder tegen één medesporter dan tegen een hele groep. En men doet het minder snel tegen iemand die de macht heeft je het leven zuur te maken. Dit soort zaken en overwegingen weer houdt veel vrouwen ervan zich direct duidelijk afwijzend op te stellen. Vrouwen doen dan alsof ze het niet merken, ze lopen weg of vermijden het contact zoveel mogelijk. Hiermee blijft het probleem verborgen en wordt het niet opgelost. Veel jonge slachtoffers van seksueel misbruik zwijgen eveneens over het gebeurde. Dit heeft enerzijds te maken met de druk tot geheimhouding die door de pleger wordt uitgeoefend, maar kinderen zwijgen ook uit eigen beweging door (soms plaatsvervangende) schaamte, schuldgevoel of angst. Ze zijn bang om de schuld te krijgen, om niet geloofd te worden, voor de gevolgen die het spreken voor anderen (onder wie de dader en zijn gezin) kan hebben of uit loyaliteit met de pleger. Of de sporter weegt het misbruik af tegen de wens succes te hebben, speciaal wanneer de coach als 'de beste' doorgaat. 'Hij was erg lichamelijk ingesteld. Maakte voortdurend opmerkingen over vrouwen. Zei dat hij van me hield. Ik pikte het omdat ik wereldkampioene wilde worden', aldus een sportster over haar coach? Maar soms wordt ook gezwegen omdat men niet weet wie men in vertrouwen kan nemen. Deze mechanismen maken dat slachtoffers hun probleem niet snel naar buiten brengen, zodat de omgeving kan ingrijpen.

De plegers
Er zijn niet alleen risico's op intimidatie of misbruik als er sprake is van kwade wil van de kant van de pleger. Het is mogelijk dat extreme situaties juist ontstaan doordat een trainer zich onvoldoende bewust is van zijn machtspositie. Of men is zich gewoon niet bewust van de intimiderende werking van sommige gedragingen. Seksueel misbruik is persistent gedrag. Plegers hebben vaak al rond de tachtig overtredingen begaan, alvorens zij worden opgepakt. In het bijzonder adolescente plegers lijken eerder met een 'waarschuwing' weg te komen dan wettelijk te worden vervolgd. Plegers zijn er goed in te zorgen dat hun misbruik niet wordt ontdekt: 'Er waren manieren om te testen of ze de kinderen informatie doorgaven, of je op ze kon vertrouwen, of ze geheimen konden bewaren...', aldus een veroordeelde coach.
Plegers reageren op verschillende manieren op aantijgingen van seksuele intimidatie:
· Ontkenning: het is niet gebeurd.
· Minimalisering: het was onschuldig, een beetje plezier.
· Beschuldiging van het slachtoffer: ze vroeg erom.
· Het slachtoffer presenteren als onbetrouwbaar of wraaklustig: je kunt iemand als zij niet geloven.

Overige betrokkenen
Om seksuele intimidatie te stoppen is het belangrijk dat plegers worden aangesproken op de ongewenstheid van hun gedrag, door het slachtoffer dan wel door een ander. Niet alle plegers stoppen dan. Slechts de pleger die zich niet bewust was van de intimiderende werking van zijn gedrag, zal dat veranderen. Anderen willen niet begrijpen dat het gedrag seksueel intimiderend is, vinden bijvoorbeeld dat het slachtoffer niet zo flauw moet doen. Zij moeten dus worden gecorrigeerd door de omgeving, zoals door bestuurders. Bestuurders zijn soms geneigd problemen in de doofpot te stoppen, bevreesd voor het imago van de club of bond en in de hoop dat het zich niet zal herhalen. Is de coach een goede kracht, dan blijkt het behoud daarvan soms meer waard dan de sporter. Of men laat een trainer in stilte vertrekken, waarna hij elders ongestoord zijn gang kan gaan. Door geen duidelijke stelling te nemen tegen grensoverschrijdend gedrag, wordt impliciet de kant van de plegers gekozen. Verder zijn ouders betrokken. Ambitieuze ouders accepteren soms wangedrag (zoals slaan) van de coach omwille van het succes van het kind, en vertrouwen hun kinderen zonder meer toe aan de coach voor langere periodes en geven hem de status en de toegang van een verzorger. Een jonge sportster die misbruikt werd door haar trainer vertelde dat thuis niet, maar gaf wel aan dat ze van de sport afwilde. Haar vader regelde toen dat de trainer haar thuis kwam ophalen. Hier wordt de pleger onbedoeld in de kaart gespeeld, door signalen van het kind niet serieus te nemen. Ook andere 'omstanders', zoals collega-coaches of sporters, laten, door seksuele intimidatie te 'gedogen', impliciet weten dat het mag. Er wordt niets gedaan om verschillende redenen. Men kan het gedrag normaal vinden, het valt niet eens op. Ook kan men angst hebben zelf doelwit te worden, vooral als de pleger een zekere macht heeft. Of men vindt dat het slachtoffer aanleiding heeft gegeven. Maar ook kan men angst hebben iemand onterecht te beschuldigen.

Structuur- en cultuurfactoren
De maatschappelijke tendens is het probleem van seksuele intimidatie te individualiseren, maar structuur- en cultuurkenmerken zijn eveneens van invloed op het risico van seksuele intimidatie. Als de cultuur in een vereniging er een is van ongewenste intimiteiten en iedereen doet daaraan mee, ook de leiding, dan is het voor een eenling moeilijk de nek uit te steken en de omgangsvormen aan de kaak te stellen. Vragen die met betrekking tot risicofactoren in de cultuur gesteld zouden moeten worden, zijn: Is de cultuur er een waarin extreme middelen geaccepteerd zijn om het doel te bereiken? Worden grensoverschrijdingen ook buiten de sportvloer normaal gevonden en niet gecorrigeerd? Hoe wordt over mannen en vrouwen gedacht en gesproken? Wordt een situatie waarin een sporter volledig afhankelijk is van één persoon betwist? De antwoorden bepalen voor een deel de signaalgevoeligheid van de omgeving en de bereidheid van individuen op te treden tegen grensoverschrijdingen. Vragen die men zich met betrekking tot structuren in de sport zou moeten stellen, zijn: Wie oefenen macht uit in de sportomgeving? In hoeverre overlappen machtsposities elkaar? Hoe worden controle en toezicht uitgeoefend?

Beleid voeren als sportorganisatie

Het voeren van beleid tegen seksuele intimidatie kan niet alle problemen voorkómen. Een aantal echter wel. Met goed beleid kan bereikt worden dat mensen zich meer bewust worden van hoe ook onbedoeld gedrag kan overkomen en van de 'risico's van het vak', dat trainers vaker aangeven wat ze doen en waarom en dat sporters, maar ook begeleiders, aangeven waar hun persoonlijke grenzen liggen. Een goed beleid kan verder leiden tot vroegtijdige signalering van grensoverschrijdend gedrag en een goede aanpak ervan. Zo kan veel narigheid worden voorkómen, in de eerste plaats voor de slachtoffers, voor wie de gevolgen ernstig kunnen zijn en jaren later nog voelbaar. En voor onterecht beschuldigden, die gebaat zijn bij een zorgvuldige klachten behandeling. En ten slotte voor verenigingen, bonden en de sport als geheel. De sport is erbij gebaat dat plegers in een vroeg stadium worden gecorrigeerd. De sportomgeving moet immers voor iedereen veilig en plezierig zijn en ouders moeten hun kinderen met een gerust hart kunnen laten sporten.

Tips voor verenigingen

Verenigingen kunnen dicht bij de sporters, ouders en kaderleden beleid voeren, hoe eenvoudig ook. Op die plaats moet immers veel gebeuren: het scheppen van een veilig klimaat, het oppikken van signalen en het optreden tegen grensoverschrijdend gedrag. Op deze plaats wordt een aantal concrete voorbeelden genoemd van de mogelijkheden op lokaal niveau actie te ondernemen: -Het organiseren van een discussieavond over de problematiek van ongewenste omgangsvormen en seksuele intimidatie voor al het kader van de vereniging. Hiermee wordt de problematiek 'opengegooid'. Mensen kunnen onzekerheden uitspreken en elkaar vertellen hoe ze met lastige situaties omgaan.
· Het opstellen van huis- of gedragsregels en deze duidelijk zichtbaar ophangen. Deze regels kunnen meer onderwerpen beslaan dan alleen seksuele intimidatie.
· Gedragsregels tot aanhangsel van arbeids- of vrijwilligerscontracten maken.
· Het aanstellen van een vertrouwenspersoon, bij wie sporters en begeleiders te rade kunnen gaan over problemen op dit gebied. Eventueel kan dit in samenwerking met andere verenigingen of de gemeente worden georganiseerd. Het is vervolgens belangrijk deze vertrouwenspersoon goed bekend te maken.
· Het wijzen op telefonische opvangdiensten zoals De Kindertelefoon en de SOS-Telefonische Hulpdienst, bijvoorbeeld door middel van een sticker op het toilet.
· Het informeren van de leden en de ouders van jeugd leden over het gevoerde beleid, door bijvoorbeeld aandacht te besteden aan de problematiek op een ledenvergadering of in het clubblad.

Preventie van seksueel misbruik.

Echt misbruik laat zich moeilijk voorkómen: wie kwaad wil kan doorgaans kwaad doen. Het risico van seksueel misbruik in een verregaande afhankelijkheidsrelatie tussen trainer en ambitieuze sporter, maakt deel uit van een geleidelijk proces waarin verschillende factoren elkaar versterken. Het risico laat zich het best beperken door een systematische, periodieke evaluatie van de relatie. De trainer zelf, maar ook ouders en verenigingsbestuurders zouden kunnen nagaan hoe de verhouding tussen trainer en pupil in elkaar steekt. Preventie is in dit geval gericht op het verminderen van de gesloten aard van de coach/sporter-relatie en op het voorkómen van de situatie waarin een jongere geheel is 'overgeleverd' aan de coach. Indien een relatie te gesloten is, de macht van een trainer op geen enkele wijze wordt beperkt of gecontroleerd door het gezag van ouders (bijvoorbeeld doordat zij consequent van de trainingen worden geweerd), bestuurders en andere (incidentele) begeleiders, dan moet dit aan de orde worden gesteld. De kans op seksueel misbruik in de breedtesport, is feitelijk alleen te beperken door permanente controle. Dit is doorgaans niet haalbaar, los van de vraag of het wenselijk zou zijn. We komen hier op het terrein van de secundaire preventie: vroegtijdige signalering en stoppen van het misbruik.

Zorgen voor een gezond klimaat
De basis van alle preventie is te zorgen voor een klimaat waarin de wederzijdse omgang van respect getuigt en waarin mensen oog hebben voor de wensen, behoeften en grenzen van anderen. Daarnaast moet de omgang gericht zijn op gelijkwaardigheid en veiligheid van jongens en meisjes, mannen en vrouwen. Het moet duidelijk zijn dat bepaalde uitlatingen of gedragingen kwetsend kunnen zijn en niet worden getolereerd. Problemen moeten bespreekbaar zijn. De begeleider moet zelf het goede voorbeeld geven van hoe hij grenzen van anderen respecteert. Daarnaast is het van belang dat hij corrigerend optreedt tegen kleine en grotere grensoverschrijdingen in zijn omgeving, begaan door collega's en door sporters onderling. Dit kan actief (iemand op zijn gedrag aanspreken) en passief (door niet mee te lachen om een kwetsende grap). Het is verder belangrijk dat een trainer zich openstelt voor de problemen van kinderen, of het nu gaat over pesten of andere vervelende dingen. De begeleider moet kinderen duidelijk maken dat ze naar hem toe kunnen komen.

Reflectie op eigen positie en gedrag
Het is belangrijk dat begeleiders zich bewust zijn van de eigen positie, de macht die hieraan verbonden is en de invloed die men ook onbedoeld kan hebben op sporters. De begeleider is als volwassene verantwoordelijk voor de pupil die tijdelijk aan zijn zorg wordt toevertrouwd. Het is daarbij niet nodig krampachtig te worden rond al het lichamelijke contact dat bij het trainen, coachen en bijvoorbeeld masseren komt kijken. Niet al het lichamelijke contact moet gelijk worden gesteld aan seksueel getint contact. Met lichamelijk contact is niets mis, zolang men geen eigen seksuele behoeften tracht te bevredigen, seksuele contacten buiten functionele relaties houdt en oog heeft voor wat de ander prettig vindt. Dit laatste vraagt een zekere gevoeligheid voor de signalen van anderen. Indien men onzeker is over hoe aanrakingen worden opgevat, kan men de sporter natuurlijk vragen of zij het goed vindt. Of men kan uitleggen waarom de sporter wordt beetgepakt. Of men het nu nodig vindt toestemming te vragen voor al het lichamelijke contact of niet, en of men nu een eerlijk antwoord op zo'n vraag verwacht of niet, met het stellen van de vraag wordt in elk geval aangegeven dat de sporter zich niet alles moet laten welgevallen en dat ook nee zeggen mogelijk is. Het is van belang dat elke begeleider zijn professionele rol en zijn privé-persoon uit elkaar houdt. Trainers zijn in een positie waarin jonge sporters regelmatig verliefd op hen worden. Men moet zich ervan bewust zijn dat dit normale puberteitsverschijnselen zijn en er nooit op ingaan, zoals ook van de leraar wordt verwacht dat hij geen relaties met leerlingen aangaat. 'Ze wilde het zelf ook' is een argument dat geen steek houdt in een afhankelijkheidsrelatie. Indien er sprake is van wederzijdse verliefdheid tussen meerderjarigen, maar ook van een afhankelijkheidsrelatie tussen sporter en trainer, wordt aanbevolen een van beide relaties (de professionele dan wel de liefdesrelatie) te verbreken. Sowieso is openheid over bestaande relaties belangrijk.

Preventie door voorlichting aan kinderen
Hoewel hier primair een taak voor ouders ligt, kan ook de sportbegeleider trachten seksueel misbruik bespreekbaar te maken. Men moet zich hierbij ten eerste richten op het gegeven dat een kind nooit medeschuldig is aan misbruik. Daarnaast moeten kinderen worden aangemoedigd over problemen te praten. Vervolgens kan 'nee zeggen' en het plegen van verzet worden gestimuleerd. Leg echter nooit eenzijdig de nadruk op het vergroten van de weerbaarheid. Daardoor zouden kinderen in feite zelf verantwoordelijk worden gemaakt voor het misbruik. Bovendien blijkt uit onderzoek dat de meeste kinderen zich wel degelijk verzetten.

Omgaan met seksueel misbruik.

Algemene houding van de begeleider
Wie als begeleider te maken krijgt met een slachtoffer van seksuele intimidatie, kan zich onzeker voelen over de eigen kennis en vaardigheden die nodig zijn hier adequaat mee om te gaan. De attitude van de begeleider ten opzichte van seksuele intimidatie die is gevormd door de eigen ervaringen, gevoelens, waarden en normen, is in eerste instantie echter belangrijker. Men moet het willen zien om het te kunnen zien en goed te kunnen reageren. Uit onderzoek blijkt dat een aantal factoren signalering en een goede opvang kan belemmeren. Ten eerste brengt de opvang van slachtoffers praten over seksualiteit mee. Het is dus van belang dat men hierover vrijuit kan praten. Verder zijn reacties en weerstanden gedeeltelijk seksebepaald. Vrouwen zijn bijvoorbeeld sneller geneigd tot identificatie met het slachtoffer, hetgeen kan leiden tot een gevoel van hulpeloosheid en wanhoop. Ook kan dit leiden tot woede ten opzichte van de dader, iets wat het slachtoffer zelf niet zo hoeft te voelen. Mannen zijn eerder geneigd tot identificatie met de dader. Ze kunnen bijvoorbeeld de neiging hebben het gedrag van de dader te verontschuldigen en vooral gericht zijn op gedragingen van het slachtoffer die de dader kunnen ontlasten. Voorts is het van belang enig inzicht te hebben in de eigen houding ten opzichte van macht, ook gerelateerd aan de eigen sekse. Hoe denkt men over machtsverhoudingen in het algemeen, over die tussen mannen en vrouwen, volwassenen en kinderen en over specifieke machtsverhoudingen in de sport? Met het her- en erkennen van machtsverhoudingen, van het feit dat seksuele intimidatie voorkomt in de sport en inzicht in de eigen houding ten opzichte daarvan, is de basis gelegd om te kunnen signaleren en/of goed te kunnen reageren op het verhaal van een slachtoffer.

Eerste opvang van het slachtoffer
De eerste reactie van de begeleider op het verhaal van het slachtoffer is van groot belang. Het slachtoffer heeft de hoge drempel genomen met het gebeurde naar buiten te komen, hetgeen veel moed vraagt. Vragen als: 'Waarom heb je het zo lang laten gebeuren? Waarom heb je het niet eerder verteld?' zijn dan ook uit den boze en zullen de angst-, schuld- en schaamtegevoelens alleen maar vergroten. Slachtoffers vinden het plezierig gecomplimenteerd te worden voor het vertellen van het vervelende verhaal. Belangrijk is dat het verhaal serieus wordt genomen. De begeleider die in vertrouwen wordt genomen, vervult op dat moment de functie van vertrouwenspersoon. Zijn taak is niet het probleem zelf op te lossen, maar het helpen zoeken naar oplossingen. Bij eerste opvang is het belangrijk het slachtoffer op zijn gemak te stellen, zijn verhaal te laten vertellen, emotionele en zo mogelijk praktische steun te bieden en te helpen bij het nemen van beslissingen. Het voert in dit kader te ver er nader op in te gaan hoe een begeleider na signalering of melding van misbruik te werk moet gaan, ook omdat elke situatie anders is. Op deze plaats volstaan de volgende tips ten aanzien van een algemene attitude:
1. Blijf open: sta te allen tijde open voor de mogelijkheid van seksueel misbruik. Neem ook kleine grensoverschrijdingen serieus. Zij kunnen een signaal zijn voor grotere problemen. Bovendien begint veel misbruik 'klein': vroeg signaleren en corrigeren kan erger voorkómen.
2. Blijf kalm: het slachtoffer is alleen te helpen en te beschermen met een kalme, professionele benadering.
3. Blijf alert: houd rekening met de mogelijkheid van (agressieve) reacties van anderen.
4. Ken je grenzen en verantwoordelijkheden: wees je bewust van je verantwoordelijkheden, met name ten opzichte van kinderen, maar tevens van je grenzen als mens en als professional. Het is bijvoorbeeld niet aan de begeleider om de bewijslast rond te krijgen of het slachtoffer of de dader therapie te geven.
5. Doe het niet alleen. Hoewel het bespreken van een geval- met een zeer klein aantal collega's -haaks kan staan op de wens tot geheimhouding van het slachtoffer of andere betrokkenen, brengt geheimhouding altijd gewetensconflicten met zich mee. Zwijgen kan tot gevolg hebben dat de situatie voortduurt en dat ook anderen het slachtoffer worden. Beloof het slachtoffer dus liever geen geheimhouding. Wel kan men beloven geen stappen te ondernemen zonder overleg met het slachtoffer. Vermoedens van seksueel binnen het gezin kan iedereen het Buro Vertrouwensarts melden. Bij een redelijk vermoeden dat strafbaar feit is gepleegd, wordt aangeraden -in overleg met het slachtoffer -hiervan melding te maken bij de politie.