Karate (Home) Zie ook de Karate-Jutsu pagina

Actiefoto tijdens het Open Shintai Toernooi op 16 maart 2003 te Wieringerwerf (jeugd)!

 

Waar komt het woord Karate vandaan en wat betekent het eigenlijk? Kara betekent in het Japans "leeg"en Te betekent "hand". Je zou dus kunnen zeggen dat Karate vechten met lege handen is. Het moderne Karate is min of meer ontwikkeld op een eiland voor de kust van Japan voor de 2e wereldoorlog. Men noemde het in het begin Okinawa-Te (de hand van Okinawa). Van hieruit bracht Gichin Funagoshi het rond 1930 naar het vaste land van Japan via een demonstratie te Tokio, waarna het zich verder verspreidde door geheel Japan! Vele stijlverschillen ontstonden; zoals Shotokan-, Kyokushin-, Shito-, Wado-, Ashihara-, en nog meer stijlen! In Nederland werd Kyokushin Karate door de Heer Jon Bluming geintroduceerd. De ene stijl kenmerkt zich door full-contact wedstrijden (Kyokushin Karate) en andere door semi-contact wedstrijden, weer andere door b.v. veel ju-jutsu achtige technieken en ontwijkingen zoals b.v. het Wado-Ryu Karate. Het lopen van KATA (schijngevecht tegen 1 of meerdere denkbeeldige tegenstanders) wordt bij meerdere stijlen als zeer waardevol ervaren en wordt dan ook veelvuldig en met veel overgave getraind en ook in wedstrijdverband beoefend.

Open Shintai toernooi op 16-03-2003 Rechts mijn dochter Wendy in actie!

 

WADO RYU KARATE.

Kunst van de lege hand.

Al meer dan 1000 jaar is Okinawa beroemd om zijn vermenging van de Chinese en Japanse culturen, maar er is altijd heel weinig aandacht besteed aan de eilandengroep die Zuid-Japan verbindt met het Chinese eiland Taiwan. De Japanners noemen deze kleine, verstrooide, archipel de Ryukyu Eilanden, naar de Chinese naam Liu Ch'iu ( in het japans kent men de L niet!). Het grootste eiland van de archipel is Okinawa, met de gelijknamige hoofdstad. Het ligt ongeveer 550 kilometer ten zuiden van het voornaamste zuidelijke Japanse eiland Kyushu, 550 kilometer ten noorden van Taiwan en ongeveer 740 kilometer ten oosten van het Chinese vasteland.
Okinawa is aan bijna alle kanten door koraalriffen omringd. Het is vrijwel nergens breder dan tien kilometer en het is 110 kilometer lang. Het klirnaat is het hele jaar door aangenaam, dankzij de warme golfstroom langs de kust. Het eiland wordt wel geplaagd door vele stormen en orkanen. De grond van Okinawa is goeddeels onvruchtbaar en tweederde van het noordelijk gedeelte is met pijnbomen bedekt. Op alle Ryukyu Eilanden samen wonen niet meer dan 1 miljoen mensen, waarvan vijf procent bestaat uit personeelsleden van het Amerikaanse leger rnet hun gezinnen.

----------Okinawa-----------------------Jon Bluming------------Ohtsuka------------Mas Oyama

------------Japan-------------------------Kyokushin Karate------Wado-Ryu Karate -----Kyokushin Karate (oprichter)

Tatsuo Suzuki; Opvolger Ohtsuka Sensei (Wado Ryu)


De geschiedenis van Okinawa

Men neemt aan dat de vroegste inwoners van Okinawa niet alleen uit China kwamen, maar ook uit Noord-Japan en Zuid-Azië. Archeologen hebben aangetoond dat de culturele béinvloeding door China en Japan tot zeker 300 v.Chr, geduurd heeft. ln die tijd leidden de bewoners van Okinawa een arm bestaan. Ze leefden van landbouw, visvangst en het verzamelen van schelpdieren. Door de opeenvolgende Japanse invasies van de zesde tot de negende eeuw n. Chr. werd de oorspronkelijke bevolking ertoe aangezet zich te organiseren in dorpsgemeenschappen. De Japanners waren de eersten die het strategisch belang van Okinawa inzagen. Op hun reizen van en naar China voeren ze erlangs en soms legden ze aan in Naha. Deze contacten, plus de zeldzame bezoeken van de Chinezen, kregen langzaam invloed op Okinawa. Eind dertiende eeuw werd vanuit japan het Boeddhisme geïntroduceerd. Rond 1340 was Okinawa verdeeld in drie onderling vijandige koninkrijken. Het grootste koninkrijk knoopte banden aan met China, die in 1373 door de Chinese Keizer officieel werden bekrachtigd. dat betekende dat de Okinawanen elk jaar een delegatie naar China moesten sturen, die aan de keizer belasting moest betalen. Een paar jonge prinsen uit zo'n delegatie werden aangenornen op de scholen voor buitenlanders in Peking. Hier bestudeerden ze jarenlang de Chinese kunsten en wetenschappen.Ten slotte gingen ze met nieuw verworven kennis terug naar Okinawa, daardoor raakten veel belangrijke Okinawanen vertrouwd met het stads- en hofleven in China, met de Chinese tradities en wijsheid. In 1393 zond China een groep geestelijken, handwerkslieden en andere vaklui naar Okinawa om zich daar te vestigen. Zij brachten de bevolking in aanraking met Chinese tradities en kennis van de scheepsbouw, navigatie, bestuur, de produktie van papier, inkt en pennen, van keramiek en lakwerk. In 1429, na een paar conllicten, werd Okinawa verenigd onder één koning en ;werd de eerste (Sho) dynastie gevestigd. Hiermee brak de gouden tijd uit de geschiedenis van Okinawa aan. De bevolking ging handel drijven en geleidelijk ontwikkelde zich een net van handelsroutes naar China, Japan, lndo-China, Thailand, Maleisië, Borneo, Indonesië en de Filippijnen. Okinawa werd het Venetië of Genua van het Oosten, een belangrijk centrum voor de verspreiding van zeldzame houtsoorten, specerijen, wierook, hoorn van de rhinoceros, ivoor, tin en suiker uit het zuiden van Azië. Dit werd verhandeld tegen fijn aardewerk, textiel, medicinale kruiden en waardevolle metalen uit Japan, Korea en China. Zeelieden en kooplui uit Okinawa bezochten niet alleen Japan en China, maar kwamen in alle grote havens van Oost-Azië: een belangrijke factor in de geschiedenis van de Okinawaanse krijgskunsten.

 

Het wapenverbod
Rond deze tijd was een andere essentiële ontwikkeling gaande. De ineenstorting van de Sho Dynastie in 1430 gaf aanleiding tot jarenlange politieke onrust, waar pas in 1447 een eind aan kwam met de vestiging van een nieuwe Sho Dynastie. Sho Shin, de nieuwe koning, moest het opnemen tegen de opstandige krijgsheren die verspreid over het eiland in hun vestingen verschanst zaten. Een van zijn eerste stappen was het verbod op het dragen van zwaarden, Zijn volgende zet was het verzamelen van alle wapens, die onder koninklijk toezicht in zijn kasteel in Shuri werden bewaard. Ten slotte eiste hij dat alle, nu ongewapende, edellieden bij hem in de residentiële hoofdstad kwamen wonen. Het is trouwens interessant dat op het Japanse vasteland later dezelfde gebeurtenissen plaatsvonden. Dit was tijdens de Zwaard Edïcten in 1586 en in 1634 gebeurde het opnieuw. Okinawa's gouden tijdperk duurde voort tot 1609. Toen vielen de Japanners het eiland binnen. Dit gebeurde omdat Okinawa de heerschappij van de nieuwe Shogun niet wilde erkennen. De koning werd meegenomen naar Edo zoals Tokio toen nog heette). Toen hij na drie jaar terugkeerde werd hij gedwongen zich als marionet van Japan te gedragen. Het is karakteristiek voor de ondoorzichtige relatie tussen China en Japan dat de Shogun Okinawa niet dwong de contacten met China te beëindigen. integendeel, hij dwong de Okinawanen in schijn trouw te blijven aan de Chinezen. wanneer Chinese diplomaten het eiland met een bezoek vereerden, zorgden de Japanse overheersers ervoor dat niets hun aanwezigheid verried. Met China werd dus een indirect contact in stand gehouden. Okinawa was echter economisch en politiek afhankelijk geworden van Japan. Van essentieel belang voor latere ontwikkellingen was het feit dat de Japanners na 1609 het wapenverbod handhaafden en ervoor zorgden dat de edellieden in Shuri dicht bij elkaar bleven. Alleen de Japanse samoerai mochten wapens dragen. Het wapenverbod is gedurende de hele geschiedenis van kracht gebleven. Toen Napoleon in l 816 hoorde dat er een staatje bestond, met de naam Okinawa, waar de mensen geen wapens droegen, merkte hij op: 'Een volk dat niet in oorlog geïnteresseerd is blijft voor mij een raadsel'. De meeste karate-meesters uit het hedendaagse Okinawa vinden het wapenverbod van één van hun eerste vorsten geen daad van onderdrukking maar van opperste wijsheid.

 

De kunst van de hand

Deze korte historische schets vormt de achtergrond voor de bespreking van de magnifieke traditie van "te", de vechtkunst van de hand. Het menselijk lichaam leert hier alle wapens te vertegenwoordigen die als zelfverdediging kunnen dienen, In de Tweede Wereldoorlog zijn de koninklijke archieven van Okinawa door het vuur verwoest en is bijna het hele architectarale en culturele erfgoed van de natie verloren gegaan. Dit leverde veel problemen op voor de onderzoekingen van veel van Okinawa's vooraanstaande karate-rneesters, die zelf de grootste geleerden zijn op het gebied van hun martial art. Gelukkig hadden vroegere meesters al onderzoek gedaan naar historische bronnen. Omdat er een rijke mondelinge traditie bestaat, is veel ervan later alsnog genoteerd. Daarnaast bestaat natuurlijk nog de kunst zelf, die nu ook nog wel karate of karate-do genoemd worden. Karate, zoals we dat nu kennen, is grotendeels het resultaat van een achtiende eeuwse synthese tussen de inheemse kunst van Okinawa en het Chinese Shaolintempel-boksen en andere zuidelijke stijlen die toentertijd in de provincie van Fukien werden beoefend, In de afgelopen 60 jaar hebben de Japanse krijgskunsten het karate beinvloed, hoewel van deze invloed in Okinawa zelf weinig te merken is. Men neemt aan dat te minstens 1000 jaar oud is. De Okinawanen uit die tijd waren niet rijk en wapens waren schaars. In het land heerste nog verdeeldheid. Ervaring met zelfverdedigings-technieken moet een belangrijk voordeel hebben geboden; bovendien zou zonder die ervaring nooit een martial art hebben kunnen ontstaan. Later, in de vijftiende en zestiende eeuw toen de Okinawanen begonnen te reizen, zullen ze veel in contact zijn gekomen met de grote vechtsystemen van Zuid-Azië. Dit moet hun inheemse kunst hebben beïnvloed. Bepaalde technieken in het hedendaagse karate lijken uit dat gedeelte van de wereld afkomstig te zijn. Okinawa's eigen stijl is echter beslist uniek en uitheemse invloeden zijn altijd aangepast aan de vechtkunst van Okinawa. Het belangrijkste principe is het gebruik van de hand (te), en vooral de gebalde vuist.



De diverse Okinawa-stijlen
Toen koning Sho Shin de edellieden ontwapende en ze in de stad Shuri bijeenbracht, luidde dat de ontwikkeling in van twee vechtkunsten. Aan de ene kant bedachten, beoefenden en ontwikkelden de edelen de ongewapende kunst van te. Aan de andere kant begonnen boeren en vissers een vechtsysteem te ontwikkelen dat gebruik maakte van de gevechtsmogelijkheden van gereedschappen en landbouwwerktuigen. Dorsvlegels, rijstmolenhandgrepen, sikkels, paardetomen en. Zelfs roeispanen werden dodelijke wapens. Zowel de ongewapende als gewapende tradities werden in het geheim beoefend. Te werd beoefend door de edelen aan het koninklijk hof en Ryukyu bujutsu (de wapenkunsten van Ryu-kyu) ontstond onder het volk. Ook in de twintigste eeuw zijn er nog vooraanstaande karatemeesters, zoals Chotoku Kyan, die afstammen van de aristocratische families uit Shuri. Het oudste verslag van een demonstratie van Chinese vechtkunsten op Okinawa dateert van 1761. Er bestaan ook een paar levensgeschiedenissen van meesters uit die tijd. Van sommigen van die meesters, zoals Chatan Yara, is bekend dat ze naar Fukien in China reisden en daar studeerden. Een beroemde Chinese meester, Kusanku, bracht zes jaar op Okinawa door. In de negentiende eeuw raakte de Okinawaanse kunst bekend als T'ang-te of 'Chinese hand'. De kunst werd beoefend op afgelegen plekken, 's nachts of heel vroeg in de ochtend. Er ontstonden drie afzonderlijke stijlen. In de stadscentra rond de hoofstad Shuri-te, de kunst die zich ontwikkelde in Shuri, werd beoefend door de samoerai aan het hof, terwijl in de nabijgelegen havenstad Naha en in Tomari onafhankelijke te-stijlen ontstonden. De verschillen tussen de stijlen zijn terug te voeren tot de verschillende Chinese tradities, waardoor ze zijn beïnvloed. Er zijn aanwijzingen voor dat Shuri-te afgeleid is van het Shaolintempel-boksen, terwijl Naha-te (de kunst uit Naha) meer heeft overgenomen van zachte, Taoïstische technieken zoals de ademhaling en de beheersing van chi of ki, de levenskracht. Tomari-te (de kunst uit Tomari) vertoont kenmerken van beide tradities. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat Shuri, Naha en Tormari maar een paar kilometer van elkaar vandaan liggen en dat de stijlen alleen verschillen in accenten, niet in opvattingen. Afgezien van deze oppervlakkige verschillen zijn de methoden en doelstellingen van alle Okinawa-karatevormen gelijk. Aan het eind van de negentiende eeuw waren de namen van de stijlen weer veranderd. Shuri en Tomari kwamen onder één noemer, shorin-ryu. Dat betekent 'de buigzame pijnboom school'. Naha-te werd bekend als goju-ryu, 'de harde en zachte school'. Het werd ontwikkeld door de grote Meester Higaonna Kanryo. Shorin-ryu is onderverdeeld in een aantal sub-stijlen, maar goju-ryu is altijd één stijl gebleven. Zowel in Japan als op Okinawa is een traditie ontstaan die beide stijlen in zich verenigt. De grootste school die zich hierin gespecialiseerd heeft is de Japanse Shito-ryu, onder leiding van Mabuni. Shorin-ryu is lichtvoetiger en sneller: dan goju-ryu en de standen. zijn er doorgaans wat hoger. De kata of vormen van de twee stijlen verschillen ook iets: bij goju-ryu zijn de arm- en been-bewegingen meer gebogen en cirkelvormig en wordt er meer nadruk gelegd op de ademhaling. Op oude foto's zijn echter altijd bevriende beoefenaars van verschillende stijlen bijeen te zien en goede instructeurs onderstrepen de eenheid van alle karateka, letterlijk 'karate-mannen'. In 1935 gingen de meesters van verschillende Okinawa-stijlen om de tafel zitten om één naam voor hun kunst te bedenken. Ze kozen voor karate, en dat betekent 'met lege hand' of 'ongewapend'. Sommige meesters zetten daar het Japanse achtervoegsel do of 'de weg' achter. Karate bloeit nu nog steeds op Okinawa. De verwoesting van de historische gebouwen, archieven en ander cultureel erfgoed tijdens de verschrikkelijke slagen tussen de Japanners en de Geallieerden in 1945, heeft ertoe geleid dat de bevolking de cultuur, zoals dans, muziek en karate, nog belangrijker is gaan vinden. In navolging van oude tradities behoren de karate-meesters tot de vooraanstaande burgers van de Okïnawaanse maatschappij en de dojo's of oefenhallen zijn overal in de herbouwde wijken van Iwaha en Shuri te vinden. Ook al heeft iedere afzonderlijke stijl zijn eigen meester, toch heerst er veel vriendschap en weinig rivaliteit onder de hedendaagse leiders van de kunst.

Links Trappen (Geri waza)

 

 

Rechts hand- en vingertechnieken

 

 

De dojo's
De dojo's of oefenhallen zijn traditiegetrouw klein van afmeting en vaak helemaal van hout gemaakt. Aan de wanden hangen speciale Okinawaanse wapens en oefenmateriaal, zoals aardewerken bushi kruiken, stenen halters en eiken makiwara of slagpalen. De bushikruik is een zware aardewerken pot, meestal met zand gevuld. Door hem op te tillen en te dragen worden de spieren van de handen en vingers versterkt. Stenen halters zijn net hamers met stenen koppen. Je houdt ze vast bij de houten steel en slingert ze rond om de polsen en onderarmen te versterken. Makirawa zijn stevige eiken palen die in de grond worden gezet; om de bovenste 15 centimeter wordt touw gewikkeld en hier wordt hard tegen geslagen om de knokkels te harden. Buiten hangen de calligrafieën met de naam en stijl van de meester. Binnen hangt op de opvallndste plaats doorgaans een portret van Dharuma {de japanse naam van Bodhidharma). Daarnaast hangen foto's van de leermeesters van de instructeur. Buiten de dojo staan vaak twee gebeeldhouwde Okinawa-leeuwen.Dit heeft te maken met de Chinese gewoonte om de oefenhal door beschermgeesten te laten bewaken. De leeuw met de opeengeklemde kaken ademt in, de leeuw met de opengesperde muil ademt uit. In de dojo wordt een eerbiedige houding verlangd. De studenten trekken hun schoenen uit en buigen naar de schrijn voor ze binnenkomen en vertrekken. Ze moeten alles na afloop van de lessen weer schoon en netjes achterlaten. In veel dojo's hangen plaquettes met de huisregels:'Zuiver je geest'; 'Verwerf doorzettingsvermogen- door trouw te trainen'; 'Hou de uniformen en de dojo schoon'; 'Karate begint en eindigt met hoffelijkheid'; 'Reinig tijdens de training de geest van zelfzuchtige gedachten door de ademhaling met de handelingen in harmonie te brengen'; 'Oefen met volledige inzet en toewijding';. "De dojo is een gewijde plaats waar de menselijke geest wordt veredeld en gepolijst'. Nieuwe studenten wordt aangeraden deze regels uit het hoofd te leren. De gevorderde studenten houden zich er altijd stipt aan.
In de meeste dojo's is bijna altijd iemand in zijn eentje aan het trainen of er zijn kleine groepjes bezig. De meester geeft les in de weekends en op de avonden van de doordeweekse dagen. Er wordt vaak een scheiding gemaakt tussen de junior- en seniorstudenten. Soms, aan het begin van een les, trainen ze samen, zodat de beginnende studenten de gevorderde studenten in actie kunnen zien. Aan het begin van de les gaan de studenten in rijen op de grond zitten. Ze buigen diep naar de schrijn en naar de meester van de dojo. Na enkele minuten van onbeweeglijke of zazen meditatie buigen ze nogmaals naar de schrijn en gaan weer rechtop zitten. Na dit ritueel kunnen dan de warming-up oefeningen aanvangen.


Hier ziet u blokkeringen (Uke waza)

 

 

 

Warming-up oefeningen.
De gymnastische of warming-up oefeningen zijn bij karate heel grondig en systematisch. Ze beginnen met het oefenen van de voetzolen en tenen (in en uit de posities die bij de verschillende voettechnieken worden gebruikt}. Daarop volgt het systematisch oefenen van alle gewrichten van het lichaam door het rekken, spannen en ontspannen van de pezen en spieren die de gewrichten met elkaar verbinden. De enkels worden versterkt door de voet rond te draaien en met de tenen naar boven te wijzen. De kniegewrichten worden gedraaid en met de hand tegen de knieschijf gedrukt. De studenten staan up hun tenen en laten zich langzaam op hun hurken zakken om de beenspieren te oefenen. Het draaien van een been in zijn geheel, maakt het heupgewricht los en met rekoefeningen, vergelijkbaar met die in de atletiek, worden de kniepezen en andere pezen losgemaakt. Ook de wervelkolom wordt systematisch afgewerkt: naar voren (door de tenen met de handen aan te raken}, naar achteren (door achterwaarts te buigen met de handpalmen in de taille) en opzij {door één arm over hoofd te gooien en zowel hoofd als romp zijwvaarts te buigen). Daarna wordt de nek gerekt door het hoofd naar voren te laten zakken {zonder ademhaling). Het hoofd wordt weer opgericht {inadernend) en naar achteren geduwd (uitademend) tot de student naar boven kijkt. Dan zakt het hoofd weer naar beneden (zonder ademhaling) en worden de bewegingen herhaald. Vervolgens wordt de nek horizontaal heen en weer bewogen; de srudent kijkt daarbij recht naar voren en dan naar links, weer recht naar voren en dan rechts etcetera. De nek wordt ook verticaal heen en weer bewogen, (zoals dat bij de wervelkolom en de torso gebeurde), maar zonder de nekwervels te verdraaien. Deze oefening wordt gevolgd door het hoofd te laten ronddraaien, met open mond en open ogen en in beide richtingen. Er worden armoefeningen gedaan, waarbij beide handen tot een 'karate-vuist' worden gebald. Deze maak je door eerst de twee bovenste vingerkootjes te buigen en daarna de knokkels. Nu zijn de vingers strak in de gesloten handpalm gerold. De duim wordt over het middengedeelte van wijs- en middelvinger gevouwven. De gebalde vuisten worden tot borsthoogte geheven, Daarbij de ellebogen horizontaal naar buiten steken. Vanuit deze stand vliegt de gesloten hand naar buiten tot de gehele arm is gestrekt. Zo kan er met de rugkant van de vuist een denkbeeldige slag gegeven worden. De oefening wordt in verticale lijn herhaald. De vuist wordt met de duim naar onderen in verticale positie op oorhoogte gehouden en vervolgens naar voren en naar onderen geslagen. Op het laatste rnoment wordt de pols gedraaid, waardoor het karakteristieke zweepslag-effect van karate ontstaat. Er wordt evenveel aandacht besteed aan het terugtrekken van de vuist als aan het slaan zelf. Hierdoor wordt het zweepslag-effect versterkt en wordt het terugtrekken van de spieren geoefend. Na al die oefeningen met de arm zou er kramp kunnen optreden in de hand van de karateka. Het snel in- en uitspreiden van de vingers verhelpt dit euvel meestal. Ten slotte worden de schouder-gewrichten getraind door de armen beurtelings voorwaarts en achterwvaarts rond te zwaaien. Nu zïjn de voornaamste gewrichten, spieren en weefsels ingewerkt. Door al deze oefeningen wordt ook de werking van hart, longen en spijsverteringsorganen verbeterd. De karateka gaat verder met oefeningen die het hele lichaam aan het werk zetten. Spieren, gewrichten en pezen worden gelijktijdig gespannen. Dit zijn meestal hoge trappen naar voren, opzij en naar achteren, het opheffen van de knie tot borsthoogte en andere gevechtsoefeningen. Er zijn ook talloze grondoefeningen, zoals het opdrukken, of oefeningen voor het soepel maken van rug en benen. Oefeningen die bestaan uit aanhoudende spanning van de spieren van de handen, arrnen, borst, buik en benen worden gecombineerd met ademhalingsoefeningen. Dit is om de ki of vitale energie te bevorderen. Dit is de Japanse vertaling van het Chinese chi. De warming-up is een belangrijk onderdeel van de karate-training. Zo ontwikkelt de student kracht. Iedere oefening wordt daarorn net zo vaak herhaald tot de beginnende leerlingen het rnoeilijk krijgen. Deze aanpak heeft het voordeel dat de studenten bij elke les sterker en leniger worden. Bovendien schrikt het futloze beginnelingen af. De meeste instructeurs voeren de oefeningen zelf ook uit. Een ander belangrijk aspect van de oefeningen is dat ze het lichaam van de karateka los maken voor de veeleisende gevechtstechnieken die daarna volgen. Om karate te beoefenen is zowel kracht nodig als beweeglijkheid. Een soepel, los lichaam zal de schokken, klappen en valpartijen veel beter verdragen dan een stijf, koud lichaam.

Karate training
Bij de training van karate streeft de rneester ernaar dat zijn studenten inzien dat ieder deel van het lichaam gebruikt kan worden als duidelijk wapen. Hoewel de student tegelijkertijd het absolute belang van niet vechten leert, wordt zijn lichaam ontwikkeld tot het ingewikkeldste wapensysteem dat je je kunt voorstellen. De karatetechnieken bieden de student heel veel manieren om zich met deze natuurlijke wapens tegen een aanvaller te verdedigen. Het eerste dat een student moet leren is het aannemen van de correcte houding als startpunt voor een aanval of verdediging. Karate kent vele gevechtshoudingen. Van de belangrijkste komen er vier uit de goju-ryu stijl en drie uit de shorin-ryu stijl. De eerste is een echte oefenstand. Het voorste been is gebogen en voor de romp geplaatst, de rug is recht en de voet houdt in een hoek van 45 graden contact met de vloer. De stand is laag en er wordt met snelle uitvallen aangevallen. Het gewicht rust voornarnelijk op de voorste voet. Ook de tweede basisstand is laag, maar beide benen zijn nu gespreid en de voeten zijn iets naar buiten gedraaid. De romp neemt een centrale, evenwichtige positie in. Het gewicht wordt gelijkmatig verdeeld. Hoofd en romp draaien in een boog van bijna 180 graden om te verdedigen of te counteren. Deze gevechtshouding biedt veel kracht en stabiliteit en de karateka kan er steeds op terugvallen. De derde is een hoge stand, waarbij beide benen licht gebogen zijn en één voet achter de andere is geplaatst. De achterste voet draagt het meeste gewicht, zodat de voorste voet vrijuit kan trappen, of waardoor het lichaam in een aanvallende of ontwijkende actie gestuurd kan worden.Dit is de basis-gevechtspositie, vaak 'de kattenstand' genoemd, omdat de vechter in de gelegenheid is om, indien nodig, onverwachte uitvallen te doen. Ten slotte kennen beoefenaars van goju-ryu een stand die sanchin-dachi wordt genoemd. Dachi hetekent 'houding'. In deze houding worden de voeten een stukje uit elkaar geplaatst, de ene schuin voor de andere. De voeten worden naar binnen gedraaid. De knieën worden licht gebogen en naar elkaar toe getrokken. De heupen worden voorwaarts gedraaid en de armen worden voor de romp gehouden, waarbij de ellebogen zo dicht mogelijk tegen elkaar worden getrokken. De vuisten worden gebald met de duim naar boven. Dit is de verdedigingshouding bij uitstek. In deze houding kan de karateka klappen uit vrijwel alle hoeken opvangen zonder zich te verroeren. Een hele serie kata is op deze houding gebaseerd. Heeft de student eenmaal een van deze standen aangenomen, dan kan hij of zij de basistechnieken van het trappen, slaan en blokkeren oefenen. Deze technieken worden vaak in combinatie toegepast, maar het is eenvoudiger om ze afzonderlijk te beschrijven.

Traptechnieken
Karatetrappen worden meestal op lage doelen gericht, op of onder de taìlle. Voor trappen naar voren wordt de knie hoog opgetild. De voet schiet naar voren, slaat toe, keert terug in verticale positie en komt weer op de grond terecht. Er kan worden getrapt met de tenen, de hiel, de zijkant of de bal van de voet. Het is belangrijk dat de voet op de juiste manier richting de tegenstander gedraaid wordt om blessures te voorkomen en er zeker van te zijn dat de trap ook effectief is! In de traditionele Japanse kunst Tenshin Shoden Katori Shinto Ryu bujutsu, leren de studenten precies op dit moment met een schreeuw uit te ademen, een methode om de ki of levenskracht zowel te uiten als zich te beschermen. DIt wordt KIAI genoemd. Kiai wordt ook vaak gebruikt om de tegenstander schrik en angst aan te jagen en of te imponeren!


Karate Kata
Karate bestaat uit de snelste en effectiefste technieken om te verdedigen en te counteren. De karatetraining is echter meer dan aIleen een zelfverdedigingsmethode, wanneer deze technieken worden gecombineerd tot lange reeksen of kata. Karate kata worden opgebouwd uit basisstanden, bewegingen, slagen en counters, die verbonden worden door ingewikkelde acties, zoals wendìngen, ontwijkingen, gecombineerde aanvallen en verdedigingen, klemrnen, worpen en schijnbewegingen.
Elke kata heeft zijn eigen naam. Er zijn dertien verschillende goju-ryu kata en achttien shorin-ryu kata. De kata worden uitgevoerd in een choreografisch patroon. De beginner leert ieder detail van de bewegingen, die samen een minuut of langer duren. Deze bewegingen worden in veel verschillende richtingen uitgevoerd, maar ze gaan meer in een rechte lijn dan in een cirkel. De bewegingen gaan van voren naar achteren, naar opzij, of diagonaal vanuit de basisstand. Klemmen en blokken die in een bepaalde richting worden uitgevoerd, worden vaak in tegenovergestelde richting herhaald. Zo worden ze symmetrisch. Er wordt grote nadruk gelegd op een volmaakte uitvoeríng van ieder detail. Timing, concentratie, balans, effectiviteit en harmonie in ademhaling, lichaam en geest, dat is waar de karateka in de kata naar streeft. Hoewel de kata doorgaans groepsgewijs worden uitgevoerd, komt er geen confrontatie van tegenstanders aan te pas; de kata zijn individueel, dus de karateka wordt uitsluitend en alleen met zichzelf geconfronteerd.

In de goju-ryu stijl bestaan zeer fundamentele kata die spieroefeningen combineren met diepe ademhaling en verdedigingsbewegingen. De kata heet, net als de stand die we eerder beschreven, sanchin. Aan de andere kant van de schaal vinden we de allermoeilijkste kata van de goju-ryu stijl, de suparimpei. Deze kata is zeer complex omdat hij de moeilijkste en geheimste technieken van de school bevat. Hij bestaat uit 108 verschillende vechtbewegingen. Higaonna Sensei verklaart dit nader: Suparimpei is de Okinawaanse uitspraak van de Chinese karakters die in de provincie Fukien gebruikt worden. Sommigen noemen het petchurin en ik ben aan het onderzoeken hoe dat komt. De Chinese karakters stellen het getal 108 voor , maar er zijn twee verschillende theorieën over de betekenis daarvan. Volgens de ene theorie heeft het iets te maken met de Boeddhistische leer van de 108 aardse verlangens van de mens. De andere theorie stelt dat deze kata ontworpen zijn door 108 karate-meesters. Hoe dan ook, dat alles is in de naam opgenomen. Het is de moeilijkste van alle goju-ryu kata.' Deze kata kwamen ongeveer een eeuw geleden uit China naar Okinawa. Het is heel toevallig dat zowel de Chinese als Zuidindiase vechtstijlen leren dat het lichaam precies 108 vitale punten kent, die tijdens een aanval zeer kwetsbaar zijn. Het interessante is echter dat de meesters van goju-ryu (evenals Sifu Hung uit Taiwan, meester van de zachte Chinese kunsten), ervan uitgaan dat er nog veel meer vitale punten zijn. Net als acupuncturisten geloven zij dat er zo'n 350 vitale punten zijn, die variëren met het uur van de dag, het seizoen, de mentale staat van de betrokkene, enzovoort. De karate-kata hebben een nog veel diepere betekenis, die beeldend onder woorden is gebracht door een specialist op dit gebied, Richard Kim, schrijver van vele boeken over de martial arts. Hij legde uit dat de kata in wezen een religieus ritueel is. De kata belichaamt de mogelijkheid om via constante oefening een spiritueel doel te bereiken. Dit doel is het overwinnen van het zelf. In de kata bestaan alleen denkbeeldige tegenstanders, dus de karateka vecht alleen tegen zichzelf in zijn zoeken naar perfectie. Als na vele jaren van hard werken de karateka merkt dat hij of zij in staat is om de kata uit te voeren zonder erbij na te denken, dan is het doel bereikt. De kata voert zichzelf uit, zonder tussenkomst van het zelf van de karateka. lichaams-beheersing is bereikt zonder gevoel of gedachte en dit rnoet rechtstreeks van invloed zijn op hoe de karateka op andere situaties reageert. Okinawa-karate is dus niet alleen een vermenging van de grote vechttradities van China en Japan, ook de geest van Okinawa zelf spreekt eruit. Het karakter van een land dat altijd bezet wverd door andere naties is te zien in de karate. De gedisciplineerde en constante training brengt de Okinawaanse karateka in een staat van onverstoorbare kalmte, terwijl het beoefenen van de kata leidt tot het hoogste doel van alle krijgskunsten: verlichting van de geest . en persnonlijkheid van de beoefenaar. Zo kan een karateka helemaal in zichzelf opgaan, Znder zich iets van de buitenwereld aan te trekken. Alle kracht put hij uit ziclhzelf, en jaren van oefening vormen zijn karakter en zijn lichaam tot hij de perfecte karateka is geworden. Mocht bij dan zijn krachten bundelen en zich meten met een tegenstander, dan zal die vijand over een even hoog ontwikkelde persoonlijkheid moeten beschikken omn zelfs maar op gelijke hoogte rnet de karateka te komen. Het is dan geen gevecht van lichaam tegen lichaam, maar een krachtmeting van geesten. De spirituele ontplooiing en de verlichting van de geest en de persoonlijkheid van de beoefenaar kunnen alleen rnaar worden bereikt na een jarenlange, uiterst gedisciplineerde training onder leiding van een vergevorderde meester. Zoals bij elke krijgskunst is de geestelijke ontwikkeling in de Okinawaanse karate heel belangrijk. Dit wordt nogal eens vergeten door mensen die verder niets van de oosterse krijgskunsten afweten, en die daarom niet weten waarover ze praten Het belangrijkste van de martial arts is de ontwikkeling en de beheersing van het lichaam en de geest zoals bedoeld in de Oosterse krijgskunsten.


De komst van karate naar Japan.
Het tweede ongewapende vechtsysteem dat zijn intrede deed in Japan was karate uit Okinawa.
ln 1921 bezocht de zoon van de Keizer, prins Hirihito, Okinawa, waar hij een karate demonstratie bijwoonde onder Ieiding van Funagoshi Gichin, Meester van de Shuri-te stijl. Het jaar daarop werd Funagoshi uítgenodigd om zijn kunst in Japan te introduceren. Zijn stijl Shotokan, genoemd naar zijn dojo, kreeg heel langzaam aandacht in Japan. ln de jaren dertig werd ook de Goju-ryustijl in Japan geïntroduceerd. De beste studenten van de Okinawa-scholen combineerdenen technieken van de Japanse en Koreaanse ongewapende kunsten en maakten hun eigen stijlen. Een van hun grootste scholen is de wado-ryu, gesticht door Funagoshi's leerling Hidenori Ohtsuka. De Japanners die deze stijlen ontwierpen veranderden ook de trainingsvorm van karate. Hoewel Funagoshi zeer traditioneel was ingesteld en iedere vorm van sparring bij karate afkeurde ten gunste van het beoefenen van de kata, legde Shotokan in zijn stijl grote nadruk op het competitie-element. Vanaf het moment dat karate in Japan geïntroduceerd ís, hebben Okinawaanse meesters Japan bezocht en zijn Japanners op Okinawa gaan studeren, De meeste karateka erkennen echter dat er tussen de stijlen van de twee volken grote verschillen bestaan. Het verschil zit niet in de techniek, maar in de benadering.
Door het ontstaan van verschillende nieuwe stijlen in Japan was er onderling rivaliteit ontstaan. Dit leidde tot grote nadruk op toernooien en vrije sparring. Het beperkte gebruik van karate als onderdeel van de mílitaire scholing voor l945 versterkte de harde, ongedisciplineerde kant van de kunst nog meer en de hedendaagse eenzijdige nadruk op de sparring, inclusief full-contact slagen en beschermende kledij, hebben de oorspronkelijke betekenis op de achtergrond gedrongen. Slechts één meester uit Okínawa, Shoshin Nagamine, heeft erop gewezen dat karate als sport volledig ongeschíkt is. Hij zegt dat karate te gevaarlijk is, maar vrijwel niemand luistert naar hem.

 

Lesvoorbereiding.

Methodische grondregels voor techniekscholing
Aandachtpunten:
1. Een specifieke techniek vereist specifieke trainingsmaatregelen.
2. Een specifieke conditionele voorbereiding dient vooraf te gaan aan de ontwikkeling van een specifieke techniek.
3. Leer de techniek meteen goed aan. Af- en herleren in een later stadium blijkt erg moeilijk.
4. Neem ook het hoe en waarom van een techniek mee in het leerproces.
5. Een voorbereiding gericht op fundamentele technieken (basis-technieken) versnelt het scholingsproces in een latere fase van het leerproces.
6. Een te snelle deelname aan wedstrijden d.w.z. bij onvoldoende gestabiliseerde techniek, kan de technische ontwikkeling op negatieve wijze beïnvloeden.
7. Het leerproces dient zonder lange onderbrekingen tussen de trainingseenheden te worden voltrokken.
8. Techniektraining dient plaats te vinden in een uitgeruste toestand. Een vermoeid zenuwstelsel maakt een optimale coördinatie onmogelijk.
9. Technische vaardigheid is continu afhankelijk van het niveau van de motorische eigenschappen

De zes basis principes voor de training van Karate jutsu.
Rei - "Correct formeel persoonlijk gedrag".
De term "Rei" is vaak vertaald met woorden als etiquette, manieren, houding, decorum, respect of zuiverheid. Hoe het ook zij, rei moet in het algemeen inhouden; "correct formeel persoonlijk gedrag".
Historisch gezien werden deze regels in Japan uitgelegd als vloeiend sociaal en interpersoonlijke relaties met in achtneming van verhoudingen tussen de mensen. "Een ieder in zijn waarde laten!"
Metsuke
-"Oogcontact". Metsuke verwijst naar het gebruik van je ogen. Essentieel zijn twee vormen van metsuke bij de training van het Karate-jutsu. Een wordt "mokushin" genoemd - letterlijk het oog van je geest - het observeren van de tegenstander. De ander wordt benoemd als "ganriki" - letterlijk de kracht van het oog - dat houdt in een diepe penetrerende blik, welke de bedoelingen van de tegenstander onderkent en welke gebruikt kan worden om hem te overheersen en te controleren.
Ma ai -"Gevechtsafstand". Het idee van afstand hangt samen met de natuurlijke, ruimtelijke afstand die de mensen tussen elkaar bewaren in elke ontmoeting, ongeacht het doel van samenkomst. Dit geldt dus ook voor de gevechtssituatie. Gedisciplineerde krijgskunst beoefening kan je helpen dit gevoel voor afstand die je tussen jezelf en andere mensen dient te handhaven, te ontwikkelen. Aanvankelijk gebeurt dit bewust, totdat het uiteindelijk een automatisme wordt.
Deze natuurlijke afstand zal in exacte verhouding staan tot de mogelijkheden en capaciteiten waar je over beschikt om verdedigend te reageren op een plotselinge aanval.
Kokyu
- "Ademen". Kokyu verwijst naar adem en ademen. We halen onze lichamelijke kracht en bewegingen meer uit het uitademen dan wanneer we onze ademhaling stoppen, beiden zijn yang vormen. Het tegenovergestelde is inademen, een yin vorm.
Het is dus van belang er op te letten wanneer je tegenstander uitademt en weer begint met inademen, dit is het goede moment voor de aanval.
Kuzushi -
"Balansverstoring". Van oudsher is de fundamentele stelling van de Japanse krijgskunst - "Val aan op het moment dat je tegenstander in onbalans is". In de naam Karate-jutsu zien we dat het woord karate voor het woord jutsu is geplaatst en dit is geen overdreven herinnering dat ook hierbij de tegenstander uit balans dient te worden gebracht. Inderdaad ook in het Wakai aiki jutsu behoort de toepassing van "Kuzushi" tot de uitvoering van iedere techniek
Zanshin
- "De gedachten erbij houden en totale inzet tonen". De karakters voor "Zanshin" beduiden in het algemeen om alert te blijven onder alle omstandigheden. Het woord refereert meestentijds aan de mentale situatie waarin je de tegenstander en zijn omgeving in de gaten houdt. Mij is echter geleerd, dat er een ander uitleg voor het woord bestaat n.l. "Kokoro wo nokosazu" vertaald: "Toon je volledige inzet". Dit betekent je inzetten met lichaam en geest, zonder enige terughoudengheid bij het uitvoeren van welke techniek dan ook.